Basisprincipes coachen

De coach als selectiemaker - Jeroen Delmée

Maken de beste spelers ook het beste team? En hoeveel specialisten selecteer je eigenlijk? Het zijn zomaar wat vragen die een coach zichzelf zal stellen bij het samenstellen van een wedstrijd- of toernooiselectie. Jeroen Delmée, bondscoach van de Nederlandse hockeyers, kent de breinbrekers als selectiemaker.

Serie Grip op jouw groep: deel 4 - Op welke wijze kun jij als trainer beïnvloeden?

Als trainer ben jij onderdeel van de dynamiek in de groep. Hoe langer dat groepsproces al bezig is, hoe moeilijker het wordt om er invloed op uit te oefenen. In dit vierde en laatste artikel kijken we daarom specifiek naar wat jij als trainer op dat moment nog kan doen.

Serie Grip op jouw groep - deel 3 De ongeschreven regels

In artikel #2 is beschreven hoe je inzicht kan krijgen in wie de meest invloedrijke sporters in jouw groep zijn, door het opstellen van een sociogram. Degene die als meest invloedrijk in dat sociogram staat, is vaak (maar niet altijd!) degene die ook de grootste stempel drukt op het gedrag van de groep. Dat doet hij of zij door het opleggen van ongeschreven regels, je zou ze ook sociale normen kunnen noemen. Het geheel van die sociale normen heeft een bepaald effect op het gedrag van jouw sporters, dat effect is hetgeen waar jij als trainer last van kan hebben. Een last die, in meer of mindere mate, ook door de andere sporters in de groep ervaren kan worden. Door vervolgens woorden te geven aan dat effect maak je het tastbaarder, concreter. We noemen dat vanaf nu de dominante norm .

Serie Grip op jouw groep: deel 2 - Groepsdynamisch observeren

Wanneer je als trainer het gevoel hebt dat er ‘iets’ speelt in je groep, is dat een goede aanleiding om eens in te zoomen op de dynamiek in de groep. Het kan dan zinvol zijn om een training zodanig voor te bereiden en in te richten dat de dynamiek in de groep makkelijk (-er) zichtbaar wordt. Het eerste wat je daarvoor moet doen is nadenken over de opzet van je training en de rol die jij daarin neemt. Het groepsdynamisch observeren, zoals dat is uitgewerkt in het boek Ik in de wij is hier zeer geschikt voor. Onderstaande stappenplan is dan ook grotendeels gebaseerd op die werkwijze. Voor de concrete invulling en om het geheel leesbaar te houden wordt hier één mogelijk scenario uitgewerkt, daarbij gaan we uit van een trainingsgroep van twaalf meiden, van 11-12 jaar oud. In werkelijkheid zijn de mogelijke uitkomsten natuurlijk eindeloos.

Serie Grip op jouw groep: deel 1 - Beïnvloeding

Veel jeugdtrainers hebben het wel eens meegemaakt. Je kondigt aan dat dezelfde oefening nogmaals gedaan wordt, maar dat ze andere tweetallen moeten maken. Op dat moment hoor je Victor roepen: “Sam, wij?” Braaf komt Sam naar Victor toegelopen, waarna ze samen aan de slag gaan. Het is een situatie die makkelijk te missen is, maar die voor jou als trainer wel waardevolle informatie kan bevatten. Het betekent namelijk dat Victor op dat moment invloed heeft op het gedrag van Sam. Het is dan interessant om te achterhalen of dit een toevallig voorval is, of onderdeel van een terugkerend patroon? En als het onderdeel blijkt van een terugkerend patroon, dan is het goed om te onderzoeken of het een gewenst (onschuldig) patroon is. Als je bijvoorbeeld weet dat het goede vrienden zijn waarbij de beïnvloeding ook regelmatig andersom is, dan zal er waarschijnlijk niks aan de hand zijn. Is de beïnvloeding altijd in dezelfde richting of wordt Sam ook in allerlei andere situaties door Victor verteld wat hij moet doen, dan kan het zijn dat er ook ongewenste effecten zijn. Nu is de relatie (en daarmee ook de beïnvloeding) tussen twee sporters over het algemeen goed te managen. Maar met ieder extra trainings- / teamgenoot, neemt het aantal onderlinge relaties en dus ook de complexiteit van de dynamiek enorm toe. De optelsom van al die relaties en onderlinge beïnvloeding zou je groepsdynamiek kunnen noemen .

Een probleem in coaching? Gebruik het trechtermodel

Als je bovenstaande titel leest, denk je waarschijnlijk; dit is te mooi om waar te zijn. Dit is begrijpelijk, want de meeste modellen vertellen je exact hoe je iets moet doen. Terwijl iedere sporter en iedere situatie uniek is. De oplossing die bij de ontwikkeling van het trechtermodel gevonden is, is het geven van handvaten. Handvaten die altijd hetzelfde zijn, maar iedere keer tot een op maat gemaakte oplossing komen voor jouw probleem.

Serie: De pedagogische opdracht van een jeugdtrainer (4)

In dit laatste artikel van de vierdelige serie over de pedagogische opdracht van een jeugdtrainer, zoomt sportpedagoog Bart Schmeits in op autonomie. Centraal in deze reeks staat het in 2002 gepubliceerde gedachtegoed van Deci en Ryan, de Self Determination Theory (SDT). In het Nederlands bekend als de zelfdeterminatietheorie. Deze theorie gaat ervanuit dat ieder mens van nature drie psychologische basisbehoeften heeft: competentie, relatie en autonomie. Bart Schmeits voorziet in deze reeks korte artikelen alle welwillende en goedbedoelende vrijwilligers van achtergrondinformatie en concrete tips, opdat iedereen zijn of haar rol zo goed mogelijk kan vervullen. Ook in de ogen van de sporters!

Serie: De pedagogische opdracht van een jeugdtrainer (3)

Een sporter moet het gevoel hebben erbij te (kunnen) horen en welkom te zijn. Hiervoor zijn veiligheid en sociale steun van essentieel belang. Daarbij gaat het dus niet alleen om de relatie tussen de trainer-coach en de sporter, maar juist ook om de relatie tussen de verschillende sporters in de groep. Als trainer-coach heb je middels het opleggen van regels aan … en het maken van afspraken met je trainingsgroep een middel in handen om al deze relaties op een positieve manier te beïnvloeden.

Serie: De pedagogische opdracht van een jeugdtrainer (2)

De mate waarin je als trainer-coach in staat bent om de basisbehoeften van je sporters te vervullen, heeft invloed op het gedrag dat jouw sporters vertonen. Als je dat als trainer goed doet, is de kans op gewenst (positief) gedrag een stuk groter. Het tegenovergestelde geldt ook. Wanneer je dat als trainer niet voor elkaar krijgt vergroot dat de kans op ongewenst (negatief) gedrag. In deze vierdelige serie van sportpedagoog Bart Schmeits staat het gedachtengoed van de zelfdeterminatietheorie centraal. Deze theorie gaat ervanuit dat ieder mens van nature drie psychologische basisbehoeften heeft: competentie, relatie en autonomie. In deze reeks korte artikelen voorziet Bart Schmeits al die welwillende en goedbedoelende vrijwilligers van achtergrondinformatie en concrete tips, opdat iedereen zijn of haar rol zo goed mogelijk kan vervullen. Ook in de ogen van de sporters!

Het verschil maken in het voorseizoen? Vergeet de teamdynamiek niet!

Mei en juni zijn de maanden waarin veel sportcompetities eindigen. En dan: voor je het weet breekt het nieuwe seizoen aan, met voor iedereen nieuwe kansen. Met frisse energie ga je aan de slag om er weer een mooi seizoen van te maken. Met zowel aandacht voor individuele ontwikkeling, als het trainen van het samenspel op het veld.

Serie: De pedagogische opdracht van een jeugdtrainer (1)

Iedere trainer-coach die werkt met sporters in de leeftijd van het basis- of voortgezet onderwijs krijgt van zijn sporters een rol als opvoeder toebedeeld. Dat doen de sporters niet bewust, en voor de trainer is die rol ook niet te weigeren. Specifiek over dat onderwerp heeft sportpedagoog Bart Schmeits een serie korte artikelen geschreven, waarin hij al die welwillende en goedbedoelende vrijwilligers voorziet van achtergrondinformatie en concrete tips, opdat iedereen zijn of haar rol zo goed mogelijk kan vervullen. Ook in de ogen van de sporters!

Momentum: hoe ontstaat het en hoe zet je het naar je hand?

Momentum in wedstrijden: minuten waarin je het gevoel dat alles vanzelf gaat, scores die makkelijk vallen, een tegenstander bij wie het allemaal niet lukt. Ieder balsportteam is er bekend mee. Het zorgt ervoor dat een team snel kan uitlopen. Momentum wordt door zowel coaches als sporters vaak omschreven als iets ongrijpbaars. Als een onvoorspelbaar en haast bovennatuurlijke kracht, buiten de controle van de coach of het team. Overigens wel een kracht met een groot effect op de beleving en de uitkomst van een wedstrijd. Er is veel onderzoek gedaan naar momentum in wedstrijden, en uit dat onderzoek blijkt het met de ongrijpbaarheid ervan wel mee te vallen. Zodra je als coach het mechanisme achter dit fenomeen begrijpt, kan je de kans op momentum bij het eigen team vergroten, en momentum bij de tegenstander juist voorkomen of zo snel mogelijk afbreken.

Spelen of trainen?

Het motiveren van kinderen en jongeren kan soms voelen als een vak apart. Sommige kids komen vooral naar de training voor de gezelligheid, anderen omdat papa en mama het belangrijk vinden. De ene week hebben ze er zin in, de volgende week zijn ze moe, rebels of ongeïnteresseerd. Hoe ga je daar als trainer mee om? Dit blijkt vooral lastig voor trainers die zelf overlopen van motivatie en enthousiasme voor hun sport. Het trainen/coachen van volwassenen voelt in dat opzicht vaak makkelijker, zij zijn er tenslotte omdat zij het zelf belangrijk of leuk vinden. Bij kinderen ligt dat wat ingewikkelder.

Angstgegners

Hoe ga je om met presteren tegen een ‘Angstgegner’, een tegenstander waar je maar niet van kunt winnen, in een locatie waar het al eens helemaal mis is gegaan, of bij een oefening waarbij je geblesseerd bent geraakt? Deze situaties vragen om veel mentale weerbaarheid. Een ‘Angstgegner’, herinneringen aan eerder falen, of het trauma van een nederlaag of een harde val - sportcommentatoren zijn dol op dit soort verhalen, maar ook sporters zelf kunnen hier behoorlijk in vastlopen.

Athletic Skills Model geeft boost aan bewegingsniveau sporters

Betere bewegingsvaardigheden, minder blessures en meer plezier. Drie resultaten die docenten en coaches zien bij leerlingen nadat ze het Athletic Skills Model (ASM) integreerden in hun trainingsprogramma. Eser Elmali (27), eigenaar van een keepersacademie en keeperstrainer van de vrouwenafdeling van PEC Zwolle, en Floris Hoek (26), gymleraar op een middelbare school en karate-leraar, volgende beiden een ASM-opleiding. “We maken spelers eerst atleten. Daarna gaan we specialiseren.”

Leer je sporters om doelen te stellen

Iedereen heeft als onderdeel van een opleiding, cursus of workshop wel eens doelen moeten stellen. Vaak wordt daar het acroniem SMART voor gebruikt. Doelen zouden specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn.