Het opleiden van vakkundige trainers en coaches is een essentieel onderdeel van het werken aan een sociaal veilige sportomgeving. Voor sporters met een beperking is het extra belangrijk dat sportverenigingen aan deze vierde ‘V’ voldoen. Een trainer kan namelijk van grote waarde zijn in het zich welkom laten voelen van een gehandicapte sporter op een club. Gehandicaptensport Nederland maakt zich sterk om trainers de juiste kennis en vaardigheden mee te geven om deze doelgroep te begeleiden. De NKBV heeft deze laagdrempelige opleiding al in de trainerscursus geïntegreerd.
Gehandicaptensport Nederland (GSN) is de sportbond voor een
aantal specifieke sporten zoals boccia, goalball en rolstoelrugby. Daarnaast is
GSN als dienstverlener en belangenbehartiger bij tal van projecten betrokken
die bijdragen aan het toegankelijk maken van sportaanbod voor mensen met een
beperking. Deskundigheidsbevordering is daarbij een belangrijke pijler, want
volgens GSN begint een positieve sportervaring met goede en deskundige
trainers. “Ons doel is dat iedere trainer-coach in
Nederland iets meekrijgt over aangepast sporten. De groep van mensen met een
beperking is groter dan veel mensen denken: 2 miljoen Nederlanders hebben een
vorm van een beperking, klein of groot. We hebben kennis en kunde nodig om deze
groep goed te helpen en te bedienen. Dat is jammer genoeg nog niet altijd het
geval”, zegt Rogier Broeksteeg, coördinator opleidingen bij GSN.
"Ons doel is dat iedere trainer-coach in Nederland iets meekrijgt over aangepast sporten"
De sportdeelname van mensen met een beperking loopt nog achter op sporters zonder beperking. Behalve praktische drempels als vervoer, benodigde hulpmiddelen en financiën, spelen eerdere negatieve ervaringen daarbij ook een rol. Dat is volgens Broeksteeg precies waar vakkundige begeleiding het verschil kan maken. “Een sporter met een beperking kan afhaken als hij of zij denkt: zij kunnen mij niet goed begeleiden. Ik hoor nog te vaak verhalen van clubs die het ingewikkeld vinden om sporters met een beperking te ondersteunen en ze vervolgens terugverwijzen naar een aangepaste sportvereniging. Terwijl iemand met een visuele of een motorische beperking prima bij een reguliere sportclub kan aansluiten. Alleen moet je wellicht specifieke vragen stellen en extra acties ondernemen om dat goed en veilig te laten verlopen.”
Met de e-learning ‘Klaar voor de Start: training geven aan sporters met een beperking’ wil GSN verenigingen in mogelijkheden laten denken. “We willen de drempel verlagen door te laten zien dat het helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn. De vraag die je moet stellen is: wat heb jij nu nodig om bij ons prettig en veilig te kunnen sporten? Als je daarover in gesprek raakt met een sporter ben je vaak al een eind. Die e-learning is ook bedoeld om iedereen op de club te prikkelen: hoe denken wij eigenlijk over mensen met een beperking?”
Broeksteeg, die zelf lang als fysiotherapeut in de revalidatie werkte, denkt dat in de basiskennis over het sporten met een beperking al veel winst valt te behalen. Dat blijkt ook uit ervaringen van bekende topcoaches uit de parasport, zoals atletiekcoach Guido Bonsen, die in de module zijn verwerkt. “De eerste keer dat de coaches in aanraking kwamen met een sporter met een beperking, vonden ze het lastig om te vragen: wat kun je nu wel of wat kan je nou niet? Ik denk dat we soms ook te voorzichtig zijn om niet het verkeerde te zeggen. Maar we weten ook niet zo goed wat dan het juiste is bij deze sporters. Dat is het allerbelangrijkste. Als je dat gesprek aangaat en ernaar vraagt dan kun je als trainer ook leren hoe iemand met een visuele beperking een opdracht uitgelegd wil krijgen.”
Lees ook dit eerdere interview met Amanda Hopmans over haar samenwerking met Diede de Groot.
In de laagdrempelige training ‘Klaar voor de Start’ wil GSN vooral zorgen voor meer bewustwording over inclusiviteit op de club. Dat zit ook in kleine situaties. “Ik heb mezelf erop betrapt dat ik iemand in een rolstoel die een heuveltje op moest een zetje heb gegeven. Dat doe je niet ongevraagd, dat check je eerst bij die persoon. Hetzelfde geldt voor het aanraken van iemands prothese. Of een blinde sporter die zich een kleedkamer moet omkleden maar niet weet wie daar nog meer rondlopen. Het is niet gek dat we niet gelijk weten hoe dat werkt, maar door daar bewuster met die situaties om te gaan kunnen trainer-coaches en verenigingen echt het verschil maken en zorgen dat een sporter prettig kan sporten.”
Als het aan GSN ligt dan is er in iedere basisopleiding voor trainer-coaches aandacht voor het begeleiden van sporters met een beperking. Grote bonden zoals de KNVB organiseren dit zelf. “Maar de meeste bonden hebben niet een kant-en-klaar aanbod voor sporters met een beperking. Hiervoor is de e-learning een uitkomst”, zegt Broeksteeg.
De Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV)
is een van de bonden die de training van GSN al actief inzet bij het opleiden
van trainers. Lotte de Man, bij de bond verantwoordelijk voor paraklimmen en
opleidingen, legt uit dat de samenwerking duidelijk is ingezet om meer sporters
met een beperking welkom te heten. “Het paraklimmen is bij ons gestart toen een
paraklimster, Renske Nugter, zich dertien jaar geleden meldde. Ze wilde met
haar beperking meedoen aan wedstrijden en dat hebben we geregeld. Sindsdien is
het paraklimmen in de top gegroeid en geprofessionaliseerd. We merken nu dat de
onderlaag, de breedtesport, achterblijft. Voor mijn gevoel blijft het nog te
incidenteel. We hebben in Nederland niet zo veel plekken waar mensen met een
beperking goed begeleid kunnen worden.”
"We hopen dat onze trainers door de e-learning meer mogelijkheden gaan zien voor klimmers met een beperking"
Dat inzicht bracht de bond op het idee om bij de trainers te beginnen. “We willen meer mensen hebben die bij een vraag van een sporter met een beperking niet gelijk zeggen: ‘Dat kan niet.’ Nee, we willen mensen die zeggen: we gaan kijken wat kan. Die gedachtewisseling is denk ik heel erg belangrijk”, zegt De Man. De bond heeft bewust gekozen om de e-learning van GSN aan te bieden bij de niveau-2 trainersopleiding. “Dat zijn echt de beginnende trainers. Daar hopen we dus die gedachteverandering teweeg te brengen, zodat zij meer mogelijkheden gaan zien en niet gelijk de deur dichtdoen. We hopen zo gewoon een zaadje te planten bij heel veel mensen. En dat die trainers zo weer het gesprek over inclusiviteit kunnen aanwakkeren in de klim- en boulderhallen waar zij actief zijn.”
Die bewustwording moet ertoe leiden dat meer locaties hun deuren openzetten voor sporters met een beperking. “Ik hoop vooral dat op alle plekken waar mensen met een beperking aankloppen, zij daar ook gewoon kunnen gaan klimmen. Er hoeft niet altijd iets aangepast of georganiseerd te worden. Klimmen is een individuele sport die je net als fitness zelfstandig met een klimmaatje kunt doen. Ik zou het tof vinden als dat voor mensen met een beperking net zo laagdrempelig wordt. Maar om die drempel te verlagen is het fijn als iemand je wegwijs maakt in de hal en de klimsport.”
Ga voor meer informatie over de opleidingen naar gehandicaptensport.nl.
Dit artikel verscheen eerder in vakblad SPORT Bestuur en Management (editie 1-2026).