Elke coach kent ze. Sporters die veel vragen stellen, altijd reageren, grenzen opzoeken. Soms eigenwijs, kritisch of moeilijk te sturen. In veel teams krijgen ze al snel het label ‘lastig’, maar sportpsychologisch gezien zijn dit opvallend vaak óók de sporters met de grootste betrokkenheid en drive.
Waarom? Omdat veel van deze sporters een sterke behoefte hebben aan autonomie, invloed en betekenis. Precies die eigenschappen kunnen, mits goed begeleid, leiden tot leiderschap, creativiteit en veerkracht onder druk. De fout die coaches vaak maken is dat ze het gedrag direct willen afremmen zonder te kijken naar wat erachter zit.
Je legt een oefenvorm uit en één sporter begint meteen vragen te stellen. Terwijl de rest al bezig wil, vraagt hij waarom dit belangrijk is of waarom jullie het op deze manier doen. Dat kan voelen als tegenspreken of vertragen.
Coach-tip: zie dit niet direct als weerstand. Sporters die begrijpen waarom ze iets doen, zijn vaak juist extra gemotiveerd. Geef kort context (“dit helpt jullie keuzes maken onder druk”) en betrek de sporter in het proces in plaats van hem af te remmen.
Na een fout gooit een speler gefrustreerd zijn handen omhoog, moppert hardop of reageert fel op zichzelf. Het team kijkt ernaar en jij voelt dat je moet ingrijpen.
Coach-tip: corrigeer niet alleen de emotie (“doe normaal”), maar help de sporter ermee omgaan. Bijvoorbeeld: spreek samen een vaste herstelactie af na fouten diep ademhalen, kort resetwoord, direct dóór. Zo leert de sporter zijn intensiteit functioneel gebruiken.
Natuurlijk moet gedrag grenzen hebben. Maar coaches die áchter het gedrag leren kijken, halen vaak het meeste uit sporters die anderen te snel afschrijven. Want achter veel ‘lastige’ sporters schuilt geen gebrek aan motivatie, maar juist een enorme wil om beter te worden.