Door Bart Schmeits

Leer je sporters om doelen te stellen

Iedereen heeft als onderdeel van een opleiding, cursus of workshop wel eens doelen moeten stellen. Vaak wordt daar het acroniem SMART voor gebruikt. Doelen zouden specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn.

Leer je sporters om feedback te geven en te ontvangen

Als het goed is bevat feedback specifieke informatie over de vergelijking tussen een bepaalde norm of verwachting en een (feitelijke) observatie. De meeste mensen hebben de neiging om aandacht te besteden aan het negatieve (wanneer niet aan de verwachting voldaan wordt), maar het kan natuurlijk evengoed gaan over positieve situaties waarin de verwachting wordt overtroffen.

Leer je sporters om leiding te volgen

Onze maatschappij heeft zich ontwikkeld tot een samenleving waarin we denken dat het gemak de mens dient. Met streamingdiensten die ervoor zorgen dat we ieder programma kunnen kijken op het moment dat we daar zin in hebben en boodschappen die tegenwoordig binnen 10 minuten bezorgd worden. De paradox is echter dat dit gemak de mens helemaal niet dient.

Leer je sporters af te maken waar ze aan begonnen zijn

Iedere (jeugd-)trainer kent wel het type sporter dat de laatste paar herhalingen altijd overslaat of een bocht afsnijdt als er een bepaald parcours moet worden afgelegd. Dat zijn sporters die niet afmaken waar ze aan begonnen zijn.

Leer je sporters doorzetten

“Aan alles komt een einde.” Wie het programma Kamp van Koningsbrugge wel eens heeft gezien, heeft deze uitspraak ongetwijfeld voorbij horen komen. Instructeurs Ray en Dai gebruiken deze uitspraak richting kandidaten die het naar eigen zwaar hebben. Kandidaten die het op dat moment moeilijk vinden om door te zetten, misschien zelfs wel spelen met de gedachte om op te geven. In de sport geldt dat ook, ook daar komt aan iedere training of wedstrijd een einde.

Leer je sporters samenwerken

Een groepje ‘goede’ individuen maakt nog een geen topteam. In het leger weten ze dat allang. Tijdens de opleiding voor bijvoorbeeld de commando’s zijn ze niet op zoek naar de dapperste, sterkste en snelste. Ze zijn op zoek naar iemand die weliswaar fysiek fit is, maar letten minstens net zo goed op andere vaardigheden. Een van die vaardigheden waar ze op letten is of iemand in staat is om goed samen te werken, kunnen anderen erop vertrouwen dat je iets doet als je dat toegezegd. Dat geldt in de sport ook.

Leer je sporters omgaan met onrecht

In het wetboek van strafrecht kun je het begrip de onrechtmatige daad tegenkomen. In sporttermen zou je dat een oneerlijke behandeling kunnen noemen. Op het moment dat iemand zich oneerlijk behandeld voelt heeft hij of zij vaak de neiging om te protesteren, vanuit een soort slachtofferschap.

Leer je sporters omgaan met toeval

Het gedrag van een sporter is dé factor met verreweg de meeste invloed op het leerproces, en daardoor dus uiteindelijk ook op het resultaat. Vanuit die gedachte kun je in iedere situatie onderscheid maken tussen effectief en ineffectief gedrag. Draagt het gedrag van de sporter bij aan het behalen van het door hem of haar gestelde doel, of niet? Als je op die manier naar trainingen kijkt, dan opent zich een hele nieuwe wereld aan trainbare elementen: non-verbale communicatie, doorzettingsvermogen, doelen stellen, voor jezelf opkomen, afspraak is afspraak, et cetera. Dergelijke aspecten kun je als trainer dus ook tot onderwerp van je trainingen maken. Over de manier waarop je dergelijke zaken trainbaar kunt maken schrijft Bart Schmeits deze zomer een serie korte artikelen. In dit eerste deel gaat het over sporters leren omgaan met toeval.

Van zelfvertrouwen naar zelfwaargenomen competentie

Iedere jeugdtrainer met één of meerdere jaren ervaring heeft het ongetwijfeld wel eens meegemaakt: een ouder die komt vertellen dat zijn of haar kind onzeker is. Het onzeker zijn wordt dan vaak gebruikt als een tegenpool van zelfvertrouwen. Een gebrek aan zelfvertrouwen gaat weliswaar vaak samen met onzeker zijn over ‘iets’, maar er zijn heel goed situaties voorstelbaar waarin iemand vol zelfvertrouwen omgaat met een bepaalde onzekerheid. Denk bijvoorbeeld aan het moment dat je als trainer voor het eerst kennis gaat maken met je nieuwe team. Je stapt dan met geloof in je eigen kennis, vaardigheden en visie (dus vol zelfvertrouwen) een onzekere situatie binnen, je weet immers niet hoe het team gaat reageren op jouw aanpak en plannen.

Plezier

Dit is het tweede deel van een artikel over plezier als essentiële bouwsteen van (jeugd-) training.

Plezier

Mensen hebben allerlei motieven om te gaan sporten. Maar uiteindelijk is er maar één reden waarom iemand blijft sporten: PLEZIER. Alleen als iemand het leuk genoeg vindt om er tijd voor vrij te maken komt hij of zij de volgende keer weer terug. Hetgeen waar iemand daadwerkelijk het plezier aan beleeft kan heel sterk verschillen van persoon tot persoon, zelfs binnen één team zullen die verschillen er zijn.

Trainen van cognitieve vaardigheden verhoogt de kans op een goed resultaat

De standaard prestatiematrix voor een sporter bestaat uit vier elementen: technische, tactische, fysieke en mentale vaardigheden. Deze sportspecifieke vaardigheden zijn essentieel voor de beheersing van de sport. Maar naarmate het niveau van de sporter stijgt, zal het effect van de trainingen afnemen. Die verminderde meeropbrengst kan grotendeels verklaard worden door de beperkingen van een of meer cognitieve vaardigheden.

Zo geef je jouw sporter de juiste prikkels

Iedere trainer kent wel zo’n sporter, laten we haar ‘Linda’ noemen. Ze heeft de naam ‘druk’ te zijn, staat altijd met een bal te stuiteren, plukt steeds aan de sporter naast zich en lijkt niet te luisteren naar de uitleg. Of een sporter als ‘Koen’, die juist het tegenovergestelde gedrag vertoont. Iemand die altijd passief is, waar je echt aan moet trekken en duwen om hem in actie te krijgen en van wie jij jezelf afvraagt of de batterijen leeg zijn. Allebei voorbeelden van gedrag dat je als trainer regelmatig kan tegenkomen.

Trainen van (kleine) kinderen en pubers: zet je sporter centraal

Mensen gaan om verschillende redenen sporten. Voor de sociale contacten, om grenzen te verleggen, om gewicht kwijt te raken, om te wedijveren met anderen, om…. De belangrijkste reden om te blíjven sporten is echter voor iedereen hetzelfde: plezier. Om plezier te beleven moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Een daarvan is dat de activiteit moet passen bij de sporter. Hoe doe je dat als je werkt met (kleine) kinderen en pubers?