Na een dip tijdens de coronapandemie zit de arbeidsmarkt sport en bewegen weer in de lift. Tussen 2022 en 2024 groeide het aantal werkenden in de sector tot bijna 95.000. De beroepsgroep van ‘trainers oefenmeesters en sportfunctionarissen’ vormen ondanks een lichte daling de grootste groep. Dit blijkt uit blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.
Met het ‘Trendrapport arbeidsmarkt sport en bewegen 2025’ heeft het Mulier Instituut voor de tweede keer de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt sport en bewegen in kaart gebracht. In dit onderzoek is ook gekeken naar de sportopleidingen die studenten voorbereiden op een beroep in het sportwerkveld.
In het onderzoeksrapport komt duidelijk naar voren dat de arbeidsmarkt sport en bewegen na stagnatie weer opveert met in 2024 bijna 95.000 werkenden in de sector. In de Toekomstverkenning arbeidsmarkt sport en bewegen uit 2021 voorspelden onderzoekers van het Mulier Instituut al dat de arbeidsmarkt zou groeien tot ongeveer 100.000 werkenden aan het eind van dit decennium. Als de groei van de afgelopen jaren doorzet, wordt die mijlpaal eerder bereikt, zo stellen de onderzoekers in de discussie van hun recente rapport.
Die groei komt vooral door een toename van het aantal sportberoepen, steeds vaker ook buiten de sportsector zelf. Het gaat daarbij voor het grootste deel om sportberoepen binnen de bedrijfstakken onderwijs, cultuur en recreatie. Deze ontwikkeling was al langer zichtbaar en heeft zich doorgezet. Na jaren van afname nam in 2023 ook het aantal werkenden binnen de sportsector zelf weer toe. In 2024 bleef dit aantal stabiel.
Gekeken naar een uitsplitsing van de beroepsgroepen valt op dat ‘trainers, oefenmeesters en sportfunctionarissen’ de grootste groep vormen. In het vorige trendrapport constateerden de onderzoekers een grote toename van deze groep. Tussen 2022 en 2024 daalde het aandeel van deze groep licht naar 38%, maar het blijft nog altijd de grootste beroepsgroep binnen de sportarbeidsmarkt. Het aandeel van de beroepsgroep ‘fitnessinstructeurs en leiders van recreatieprogramma’s’ nam ten opzichte van 2022 licht toe naar 22%.
Twee op de vijf werknemers binnen de sportsector vielen in 2024 onder een cao (39%). Dat is laag in vergelijking met de rest van de Nederlandse arbeidsmarkt (73%). Werknemers die onder een cao vallen, verdienen gemiddeld meer en hebben minder vaak een oproepcontract. Tussen 2014 en 2023 zijn werkenden op de arbeidsmarkt sport en bewegen meer belang gaan hechten aan een goede cao. Maar de tevredenheid erover daalde. Ook ten opzichte van de rest van de arbeidsmarkt is de tevredenheid over de cao’s in de sport laag.
Iets meer studenten haalden een diploma aan een sportopleiding. Dit aantal steeg tussen 2021 en 2023 naar ruim 7.500. Deze stijging wordt met name verklaard doordat er meer hbo-studenten afstudeerden aan de opleiding Sportkunde of Leraar lichamelijke opvoeding en meer wo-studenten hun bachelordiploma Bewegingswetenschappen behaalden.
Het aantal mbo-studenten dat een diploma behaalde aan een sportopleiding, bleef tussen 2021 en 2023 stabiel. Daarbij zien de onderzoekers verschillen tussen de verschillende niveaus. Zo steeg het aantal gediplomeerden van de opleiding niveau 3 (sport- en bewegingsleider), en op niveau 2 (medewerker sport en recreatie) en niveau 4 (Sport- en Bewegingscoördinator of leefstijlcoach / buurtsportcoach) was juist een daling van het aantal gediplomeerden te zien.
Tot slot wordt in het rapport nog een opvallende trend geconstateerd: het aandeel werkenden met een sportberoep dat actief is als zelfstandige, nam tussen 2022 en 2024 toe. Daarmee is in de arbeidsmarkt sport en bewegen een tegenovergestelde ontwikkeling te zien ten opzichte van de rest van de Nederlandse arbeidsmarkt. Door strengere handhaving van wet- en regelgeving rondom schijnzelfstandigheid daalde de laatste jaren het aantal zelfstandigen op de Nederlandse arbeidsmarkt juist. In het onderzoek wordt geen antwoord gegeven waarom in de sport meer ZZP’ers actief zijn. Daar is meer kennis over de zelfstandigen op de arbeidsmarkt sport en bewegen nodig.
Ga voor het volledige rapport naar het Mulier Instituut.