“Amanda Hopmans stopt na tien succesjaren als coach van Diede de Groot en wordt per 1 januari 2025 de nieuwe bondscoach rolstoeltennis” kondigde de KNLTB eind 2024 groot aan op haar site. Dat maakte nieuwsgierig naar een gesprek met Hopmans (1976). Eerste indruk als binnenstapt: zwart trainingspak, klein en tenger, sportief en evenwichtig. Hopmans komt rechtstreeks van het Nationaal Tennis Centrum (NTC) in Amstelveen, on - en off court haar werkplek als ze niet in het buitenland is.
In 2003 stopte Hopmans met haar carrière als tennisprof en besloot op aanbod van de KNLTB de trainersopleidingen A, B en C te gaan doen. Met een voorlopige (‘S’-)licentie begon ze met lesgeven aan de allerjongste jeugd. “Het bleek dat ik het heel erg leuk vond, want je kunt kinderen superveel leren”, zegt Hopmans enthousiast. “Daar haal ik nu als trainer en coach ook nog steeds de meeste voldoening uit, als ik spelers kan vormen en zie dat ze verbeteren.” Zo werkte Hopmans ruim tien jaar met alle leeftijden en niveaus. Vanaf 2008 deed ze dat samen met Michael van den Berg, onder de vlag van MATCH Tennis Academy, hun eigen tennisschool.
Hoe kwam De Groot op haar pad? Hopmans glimlacht als ze terugdenkt. “Best grappig, maar het was eigenlijk puur toeval. We zaten net met onze Academy in Alphen aan den Rijn en daar kwam de manager van het tenniscentrum naar me toe. Hij zei: ‘Ik heb hier een meisje van zeventien en ze wil heel graag met één van jullie aan de slag. Wie kan het doen? Ze zit wel in een rolstoel.’ Er was veel aarzeling, ook bij mezelf natuurlijk, want met rolstoeltennis had ik geen ervaring. Maar toen dacht ik: bij een valide meisje zeggen we meteen ‘ja’ en nu is het rolstoel en slaat de twijfel toe. Dus toen gaf ik aan dat ik het wilde proberen, maar wel eerst als een pilot.”
"Er was veel aarzeling, ook bij mezelf natuurlijk, want met rolstoeltennis had ik geen ervaring"
Hopmans voelde met de getalenteerde De Groot meteen een klik. En wat zich in de tien jaar daarna ontvouwde is bekend. Het team De Groot-Hopmans werd een succesverhaal. De Groot ontwikkelde zich onder begeleiding van Hopmans tot beste rolstoelspeelster van de wereld met 23 grandslamtitels op haar naam. Hun gouden formule? Volgens De Groot was Hopmans net zo fanatiek als zijzelf en begreep Hopmans haar gewoon erg goed. Als Hopmans deze feedback voorgehouden krijgt, moet ze een beetje lachen bij het woord ‘fanatiek’. “Er zit bij Diede wel een bepaalde mentaliteit in die ik natuurlijk herken en die ons denk ik erg goed heeft gekoppeld. Maar als trainer en coach moet je wel oppassen dat je niet té resultaatgericht gaat worden. Ik denk dat het resultaatgerichte in combinatie met het bewaken van het proces een heel goede is geweest. En we maakten echt ook een heleboel uren op de baan. Dat hebben we ook veel samen gedaan. Daar zit denk ik ook een stukje van het succes in.”
Foto onder: Hopmans en Diede de Groot na de winst van Wimbledon 2017, haar eerste Grand Slam-zege.
Hopmans vindt het lastig om aan te geven waar haar kracht als coach nog meer ligt. Na even nadenken is ze toch vrij beslist: “Ik denk dat ik een enorm commitment voor de speler heb. Het maximale wat ik voor een speler kan doen, doe ik. Er is maar heel weinig waartegen ik ‘nee’ zeg. Tegelijkertijd is het ook een valkuil, maar over het algemeen kan ik mijn grenzen goed bewaken. Verder is denk ik ook een kracht dat ik alles goed kan overzien en analyseren, zeker een-op-een.”
Als Hopmans aan het werk is op het NTC, staat daar een coach van het type stille observator. En iemand die vanuit een staat van mindfulness naar de ander kijkt. “Ja, ik ben over het algemeen heel rustig”, zegt Hopmans. “Ik ben niet superaanwezig, maar ik zie wel heel veel. Dat voelen spelers. En áls ik dan wat zeg, is het ook raak. Ik denk dat deze manier van werken er één is die het beste bij mij past, mezelf niet overschreeuwen. Ik heb ook niet het postuur om superaanwezig te zijn. Bovendien vind ik dat er vaak te veel wordt gepraat, je moet ook gewoon je ding doen. Tennis is echt een herhalingssport, dat betekent veel ballen slaan en dat gebeurt niet als je praat.”
Na alle successen ging het team Hopmans-De Groot in 2024
toch uit elkaar. Hopmans beschrijft het als een natuurlijk einde. “We wisten al
heel lang dat Diede geopereerd zou worden en ze wist niet zeker of ze daarna
nog zou terugkomen, óók niet of ze dat überhaupt nog wel wilde. We hadden tegen
elkaar uitgesproken dat als er iets anders op mijn pad zou komen, ik daar
gewoon voor moest gaan. Zelf vond ik de afgelopen tien jaar een heel mooie
periode, onwijs intens. Maar ergens voelde ik ook dat het misschien tijd was
voor een nieuwe stap. Toen ik dus door de KNLTB werd uitgenodigd om te
solliciteren op de functie van bondscoach rolstoeltennis, ben ik daarop
ingegaan. Zo is het gelopen.”
Bondscoach Amanda Hopmans met talent Lizzie de Greef. Foto: KNLTB.
Hopmans noemt het rolstoeltennis “echt wel een andere wereld” die destijds voor haar nog nieuw was en waar ze aan moest wennen. “Als je bijvoorbeeld naar het valide tennis kijkt, met Futures, Challengers, WTA, et cetera, zie je daar overal dezelfde drive. En het is een heel grote wereld. Maar het rolstoeltennis is een kleine wereld en je ziet bij de spelers onderling grote verschillen in de mate van professionaliteit waarmee ze hun sport beoefenen. Soms dacht ik als ik een speler zag: je kunt nu toch gewoon je warming-up doen, in plaats van hier te zitten? Als wij rondliepen op de grand slams, ervaarden we dat sommige mensen blij waren om ons aan het werk te zien. Wij waren echt een voorbeeld. We merkten op een gegeven moment ook, toen Diede steeds meer won, dat er spelers waren die haar gingen negeren. Dat heeft iets onprofessioneels, maar we accepteerden het.”
Tien jaar lang een-op-een werken met een rolstoelspeelster die
uitgroeide tot de wereldtop, was voor Hopmans zelf ook een ontwikkelingsproces.
Als belangrijkste groeimoment noemt ze haar sprong in het diepe met
rolstoeltennis. “Wat mij echt een enorme boost heeft gegeven, is dat als je
iets nog niet weet of niet kent, je je niet moet laten afschrikken, niet
angstig hoeft te zijn voor het onbekende. En dat je met goede communicatie heel
ver komt.” Hopmans geeft een voorbeeld: “Toen ik van Diede de vraag kreeg of ik
mee wil trainen, dacht ik in eerste instantie: wauw!,
want als je kijkt naar een stukje mobiliteit, is die bij het rolstoeltennis
natuurlijk heel anders. Maar later ontdekte ik dat er ook heel veel
overeenkomsten zijn met het valide tennis. Het is gewoon een ontdekkingstocht
geweest, maar je kunt het uiteindelijk wel. Dat gaf me vertrouwen.”
"Je hoeft niet angstig te zijn voor het onbekende"
Als we spreken over haar eigen ontwikkeling, verwijst Hopmans ook regelmatig naar haar tijd als jeugdtrainster. Niet alleen omdat het haar veel plezier gaf, ook omdat het heel vormend voor de rest van haar carrière was. Ze beveelt het werken met jonge jeugd iedere trainer aan. “Het lijkt heel aanlokkelijk als je als jonge coach de kans krijgt om met een speler in te stappen bij de top, maar weet waar je weg begint. Mijn ervaring is, dat ik – doordat ik veel met kids heb gewerkt – mijn spelers nu beter begrijp en kan inschatten. Je kwaliteit als trainer groeit gewoon. Toen, op dat moment besefte ik het allemaal niet zo, maar nu zie ik dat wel heel duidelijk.”
Als bondscoach coördineert Hopmans alle programma’s: jeugd,
aankomende profs en de profs. Dat betekent dat ze verantwoordelijk is voor de
wedstrijdprogramma’s en dat ze ‘alles wat eromheen zit’ als een team moet laten
functioneren. Voor haar een speerpunt en uitdaging, want het team is groot. “Acht
van de negen spelers hebben een privétrainer. Ik ken ze goed, maar het is om
meerdere redenen een klus om goed contact met ze te houden.”
Hopmans krijgt regelmatig de vraag of ze als nieuwe bondscoach een missie heeft, of ze iets zou willen veranderen. Hopmans: “Zoals het nu is, is het qua programma prima, alleen streef ik wel naar meer structuur in de zin van duidelijkheid van staf naar spelers tot de staf onderling. Het is natuurlijk iets uit het verleden wat je niet van de ene dag op de andere verandert maar voor mij een mooie uitdaging om dat wel voor elkaar te krijgen. Ik hoop dat het werkplezier en de energie dan meer tot zijn recht kunnen komen.”
We besluiten ons gesprek met het onderwerp ‘vrouwelijk coaches’. Het is immers nog steeds de realiteit dat vrouwelijke coaches in de minderheid zijn en sommigen van hen zelfs ervaren dat ze vanwege hun geslacht onderschat worden of op andere wijze ongelijk worden bejegend. Hopmans heeft dit zelf nooit meegemaakt, maar wil er wel wat over kwijt: “In de cijfers komt die minderheid inderdaad nog steeds boven, maar wat ik wel merk is dat er in het tennis meer behoefte aan vrouwelijke coaches aan het ontstaan is. Zowel onder mannelijke als vrouwelijke spelers.” Hopmans schetst: “Bij onze academy, waar ons team toen uit vijf trainers bestond waarvan ik de enige vrouw was, hebben we een keer een anonieme enquête gedaan onder spelers en daar kwam uit dat het als heel prettig werd ervaren dat er ook een vrouw in het team zat. Dat hadden we niet verwacht en het is me altijd bijgebleven. Het kan zowel door mannen als vrouwen soms wat laagdrempeliger voelen naar een vrouw toe dan naar een man, en ik denk dat oudere mannelijke coaches met veel ervaring dat ook steeds meer gaan inzien. Ik heb het gevoel dat we in ieder geval in het tennis de goede kant op bewegen. Wat bijvoorbeeld opvalt bij de KNLTB is dat we veel vrouwelijke coaches in het team hebben, alhoewel ik natuurlijk niet precies weet of het een bewuste keuze is geweest voor meer vrouwelijke energie of dat de personen die daar zitten gewoon ambitieus zijn.”
Dit artikel verscheen eerder in vakblad NLCOACH (editie 2-2025).