Column Ton Boot in de Telegraaf (6 februari 2012)

Nieuws | 6 februari 2012

Top-10 ambitie

Vorige week ging mijn column over de Sportagenda 2016, het topsportbeleid van NOC*NSF tot en met 2016. Centraal staat daarin de top-10 ambitie, het streven van Nederland om structureel tot de tien beste topsportlanden ter wereld te behoren. Top-10 ambitie, te pas en nog vaker te onpas wordt er door de politiek en NOC*NSF met dit cruciale begrip voor de (top)sport geschermd en gesjoemeld.

Politiek Den Haag onderschrijft de top-10 ambitie maar trekt niet de consequenties. Zij koketteert er wel vaak mee. Zij weet ook dat sport een uiterst belangrijke plaats in onze samenleving inneemt. In 2050 kunnen onze politici nog steeds rustig die ambitie verkondigen, zonder dat er genoeg middelen tegenover worden gesteld. Als een politicus het woord ambitie in zijn mond neemt, pas dan op uw tellen!

Het abstracte begrip ambitie wordt veel gebruikt maar is nietszeggend als het niet geconcretiseerd wordt. Bij ambitie hoort een tijdschaal met meetbare doelen. Die doelen dienen als richtpunt en werken als zodanig motiverend. Een tweede – misschien nog belangrijker – functie van doelen is de mogelijkheid tot evalueren. Deze evaluatie is de sleutel tot verbetering en groei.

Bij de top-10 ambitie hoort bijvoorbeeld het doel voor de Olympische Spelen van 2012 en 2016 duidelijk kenbaar gemaakt te worden. Dan kan er ook getoetst worden. Jeroen Bijl van NOC*NSF beweert dat de top-10 in 2012 lastig zal worden en in 2016 moeten we in de buurt zijn. Vaag, waardoor er niet goed geëvalueerd kan worden. Dat is waarschijnlijk de bedoeling, want dan kan er niemand verantwoordelijk gesteld worden. Maar er zal ook geen verbetering plaats vinden.

Laat ik zelf maar deze vaagheid concreet proberen te maken. In 2012 moeten we hetzelfde presteren als in Beijing 2008, een twaalfde plaats in het medailleklassement. Daarvoor zijn minimaal zeven gouden medailles nodig, statistisch moeten er dan 21 medailles (goud, zilver, brons) totaal gehaald worden. In 2016 kunnen we met een beetje progressie tot de tien beste landen behoren. Hiervoor zijn tenminste negen gouden plakken nodig, dat is totaal 27 medailles. Op 7 gouden medailles òf 21 medailles totaal moet chef de mission Hendriks, als verantwoordelijke voor de resultaten van de Olympische ploeg in Londen, dus worden afgerekend. Hij heeft vier jaar de tijd gehad.

De ambitie moet een structureel karakter hebben, dus ook na 2016 zal top-10 de doelstelling moeten zijn. Zeg maar 30 medailles. Dit is meteen een goede opmaat voor de Spelen van 2028, die Nederland wil binnenhalen. Dit alles kost de belastingbetaler veel geld, vrijblijvendheid is dan geen optie meer. De sportkoepel kan niet in 2016 of later zeggen: niet gelukt, jammer maar helaas. De uitverkoren bonden zullen daarom streng gecontroleerd en gecorrigeerd moeten worden, en zo een groot gedeelte van hun autonomie verliezen. Ieder voordeel heeft een nadeel. Top-10 ambitie is een belangrijk begrip. De BV Nederland kan er in allerlei opzichten zijn voordeel mee doen. Dan moet het door de belanghebbenden wel serieus genomen worden.

Top-10 ambitie is, na democratie en respect, voorlopig nog het meest misbruikte begrip in ons land.

Bon: www.telegraaf.nl

 

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen