Voedingssupplementen en het buitenland
Loopt de Nederlandse sportwereld internationaal voorop met het gebruik van voedingssupplementen? Of bevinden we ons juist in de achterhoede? Dit is moeilijk te zeggen, omdat hiernaar geen onderzoek plaatsvindt. Feit is dat ons land een internationale primeur had met de ontwikkeling van het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport (NZVT).
Ook bevatte het ‘IOC Consensus Statement on Sports Nutrition 2010’ voor de Nederlandse sportwereld voornamelijk oud nieuws. De kernboodschap van het Internationaal Olympisch Comité luidde: het gebruik van voedingssupplementen kan de sportprestatie verbeteren. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen, maar Nederlandse topsporters gebruiken al jarenlang voedingssupplementen. Dit nieuwe standpunt van het IOC betekende wel een flinke ommezwaai in het beleid. Eerder raadde het comité het gebruik van voedingssupplementen nog af. Het nieuwe standpunt vormt de basis voor voedingsadviezen aan atleten in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Het IOC noemt met name calcium, ijzer en vitamine D. Zo adviseert het suppletie van vitamine D wanneer sporters niet genoeg worden blootgesteld aan de zon.
Dat we geen goed beeld hebben van de internationale verschillen in het gebruik van voedingssupplementen heeft ook te maken met de zwijgzaamheid in de sportwereld over dit onderwerp. Twee citaten van de Nederlandse Sportvrouwen van het Jaar 2005 en 2010 geven een kijkje achter de schermen.
Voormalig lange afstandzwemster Edith van Dijk: “Het is geen gespreksonderwerp tussen zwemsters. Ze nemen wel extra vitamines. Je slaapt rond wedstrijden soms samen op één kamer, dus je ziet dat iedereen iets heeft. Zelf ben ik héél tevreden, maar ik vond het niet nodig het hoe en waarom daarvan aan de concurrentie uit te leggen zolang ik zelf nog zwom.”
Snowboardster Nicolien Sauerbreij: “Het merendeel van de collega’s zie ik vitaminen gebruiken. Al lopen ze niet te koop met wat ze precies nemen. Men maakt de concurrentie liever niet wijzer dan nodig. Net zoals ik niet weet hoe ze trainen, ken ik ook niet de in’s en out’s op voedingsgebied. Ik neem vaak mijn eigen ontbijtspullen mee en dat doen buitenlandse snowboarders ook. Je ziet dan bijvoorbeeld poeders staan waar vitaminen aan zijn toegevoegd.”
Het is geen toeval dat deze citaten afkomstig zijn van individuele sporters. Zij lijken meer dan teamsporters geïnteresseerd in voedingssuppletie. Sportdiëtist Linda Swart zei hierover in 2011 in een interview: “Er zit een groot verschil tussen individuele sporters en teamsporters. Individuele sporters zijn over het algemeen zeer gedisciplineerde mensen die heel erg gefocust zijn op hun eigen lichaam. Zij letten erg goed op wat ze eten omdat dit vaak direct van invloed is op de sportprestatie.”
Wie hierover meer wil lezen, kan eens een kijkje nemen op www.plantina.nl. Onder de knop ‘sponsoring’ vertellen diverse topsporters over hun ervaringen met voedingssupplementen. En ja: dat zijn vooral individuele sporters.
Bron: Dr. Gert Schuitemaker van het Ortho Institute
