Suppletie: verschillen tussen mannen en vrouwen?
Hebben vrouwen andere behoeften dan mannen als het gaat om voedingssupplementen? Nauwelijks. Maar er is wel één verschil: vrouwen in de vruchtbare leeftijd hebben een verhoogde kans op ijzergebrek door hun maandelijks bloedverlies. Dit is te ondervangen door een ijzersupplement te nemen en/of door de ‘ijzerbenutting’ te verbeteren. Het eten van ijzer is immers niet hetzelfde als het opnemen van ijzer. Dit zijn echt twee verschillende dingen.
In het algemeen wordt slechts een klein deel van het ijzer uit de voeding opgenomen of benut. De opname varieert per persoon, van dag tot dag en is bovendien afhankelijk van het soort ijzer dat wordt aangeboden aan het lichaam. IJzer komt in onze voeding namelijk voor in twee vormen: haemijzer en non-haemijzer. Haemijzer is een onderdeel van het hemoglobine en myoglobine in vlees, vis en gevogelte. Met het non-haemijzer worden de ijzerzouten in bijvoorbeeld plantaardige voedingsmiddelen en ijzerpreparaten bedoeld. De benutting van beide vormen loopt sterk uiteen. Haemijzer wordt relatief goed geabsorbeerd door het lichaam. Volgens schatting wordt haemijzer voor ongeveer 25% opgenomen. Ook zou de samenstelling van de maaltijd weinig invloed hebben op de benutting van haemijzer.
Het non-haemijzer is een heel ander verhaal. De opname hiervan hangt sterk af van de oplosbaarheid van het ijzerzout in het bovenste deel van de dunne darm. Verschillende factoren zijn hierop van invloed zoals de hoeveelheid maagzuur, omdat ijzer beter oplost bij een lage zuurgraad ofwel lage pH. Ook de samenstelling van de maaltijd speelt een belangrijke rol.
Onderzoek leert dat vitamine C de opname van non-haemijzer bevordert wanneer het samen met het ijzer wordt ingenomen. Vitamine C houdt het ijzer namelijk in een oplosbare vorm, ook als de pH-graad in de darmen stijgt. Daarom is het een aanrader om bij elke maaltijd één van de volgende voedingsmiddelen te gebruiken: vers fruit, groente, aardappelen, sinaasappelsap of grapefruitsap.
Omgekeerd bestaan er ook voedingsmiddelen die de benutting van non-haemijzer tegenwerken. Zoals thee, koffie, rode wijn en mogelijk ook melkproducten. Het meeste onderzoek is gedaan naar thee, waarin het polyfenol tannine voorkomt. Polyfenolen vormen in het maagdarmkanaal complexen waardoor het ijzer onoplosbaar wordt. Calcium lijkt zowel de opname van haemijzer als van non-haemijzer tegen te werken, maar het mechanisme is nog niet helemaal duidelijk. Een zuiveltoetje na een ijzerrijke maaltijd is in dit opzicht echter geen aanrader. Ook wil ik waarschuwen voor het slikken van hooggedoseerde ijzerpreparaten (staalpillen) gedurende maanden. Dat is ronduit ongezond.
Dit kleine verschil tussen mannen en vrouwen valt echter in het niet bij wat een hogere mate van belasting/stress/trainingsintensiteit kan betekenen voor de vraag naar voedingsstoffen. Hierdoor neemt de behoefte aan antioxidanten immers evenredig toe. Ook een hogere leeftijd genereert een andere behoefte. Bij het ouder worden heeft het lichaam vooral zogenaamde ‘age-essentials’ nodig. Dit zijn stoffen die door ‘slijtage van het biochemische raderwerk’ in het lichaam aantoonbaar minder worden aangemaakt. Voorbeelden hiervan zijn ubiquinol (de actieve vorm van coënzym Q10), L-carnitine en alfaliponzuur.
Bron: Dr. Gert Schuitemaker van het Ortho Institute
