Uiteindelijk leidt pesten tot een verziekt werkklimaat
Pesten een gedragsvorm van kinderen? Vergeet het maar. Volwassenen kunnen er ook wat van. Eén op de vijf werknemers heeft er ervaring mee, als slachtoffer of toeschouwer. De gevolgen zijn ook al niet kinderachtig: van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid tot zelfdoding. En er is geen reden om te veronderstellen dat de situatie in de sportclub rooskleuriger is. Of het nu gaat om kinderen of volwassenen.
‘Ieder team heeft een pispaal nodig.’ Het is een theorie die iedere (sport)trainer bekend in de oren zal klinken. Of dat standpunt wordt gedeeld, gehanteerd, niet wordt herkend dan wel bestreden, bepaalt die trainer zelf, waarbij het eigen karakter bepalend is. Voor diegenen waarvoor alleen winst telt mogen we in dat verband weinig goeds verwachten. Net zo min als van trainer/coaches wier normbesef per definitie op een laag pitje staat. Zo is daar de anekdote van pedagoog Albert Buisman waarin een turncoach tegen een pupil de term ‘vies vet varken’ gebruikt. En uit het volleybal stamt het voorbeeld van een groepje jongens bij een wedstrijd op recreatief niveau die het spelplezier van de deelneemsters vergallen door vanaf de zijlijn luidruchtig en grof intieme lichamelijke kenmerken te bekritiseren. Het kenmerk van het tweede voorbeeld is dat de mogelijkheden tot bestrijden van dit pesten (door scheidsrechters, begeleiders, andere toeschouwers) beperkt zijn. In die zin is er een duidelijke parallel ten opzichte van het wangedrag van toeschouwers in voetbalstadions. Maar in het eerste geval moet zo’n trainer/coach toch tot de orde worden geroepen door zijn vereniging. Voor clubbesturen, begeleiders in de sport, maar ook voor de sporters onderling, gelden op dit terrein regels die verwantschap vertonen met de criteria die zijn omschreven ten aanzien van seksuele intimidatie (zie Sportwerk, nummer 3, jaargang 2004, pagina 32/33).
Kwaadaardigste vorm
Is dat laatste een overdreven benadering? Zij die de term pesten alleen maar associëren met plagen zullen die vraag bevestigend beantwoorden. Maar voor de grote groep mensen die het begrip in z”n kwaadaardige vorm kent, is het verschil niet zo groot. Zij zien pesten als het beschadigen van mensen door middel van vijandig, vernederend en/of intimiderend gedrag, altijd gericht op dezelfde persoon. Pesten is, kortom, gedrag dat de grens van het acceptabele overschrijdt. Vaak uitsluitend psychisch, maar zeker ook met zichtbaarder varianten: bedreiging, fysiek geweld, negeren, isoleren en bijvoorbeeld het beschadigen van de eigendommen van het slachtoffer. Pesten tast het vertrouwen van het slachtoffer in de medemens aan, net als zijn/haar gevoel van eigenwaarde. Soms betreft het hierbij gevoelens die niet meer verdwijnen. Pesten leidt tot ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en in het meest dramatische geval tot zelfdoding. Onderzoek van FNV Bondgenoten heeft aangetoond dat zeven procent van de werknemers wordt gepest – zo’n half miljoen mensen! De vakbonden hebben inmiddels de nodige aandacht besteed aan het thema. Onderzoeksverslagen, praktijkverhalen en brochures, zoals ‘De 13 meest gestelde vragen over Pesten op het Werk’ van de FNV Vakcentrale, hebben hun weg naar de maatschappij gevonden. Veel specifieke informatie over de sportwereld is niet voorhanden, maar dat de stand van zaken daar sterk zou afwijken van de situatie in de rest van de maatschappij is onwaarschijnlijk. Dat bewijzen ook de circulerende verhalen en anekdotes waarvan wij een paar voorbeelden hebben gegeven.
Beweegredenen
Discriminatie, racisme en seksuele intimidatie zijn vormen van ontoelaatbaar gedrag die vaak samen gaan met pesten. De vraag naar de beweegredenen van pesten levert soms minder voor de hand liggende antwoorden op. Variërend van ‘de werkdruk is te hoog’ tot ‘het slachtoffer lokte het uit’. Machtswellust, wraak, frustratie, jaloezie en concurrentie zijn termen die de beweegredenen mogelijk dichter benaderen. Maar in het algemeen wordt het geven van een duidelijk daderprofiel beschouwd als een moeilijke zaak. De aanleiding tot pesten vormt soms de onaangepastheid aan de werkomgeving en/of het niet conformerende gedrag van het (potentiële) slachtoffer. Het ondersteunen van de dader bij zijn acties is in deze situaties overigens een bekende vorm van conformerend gedrag. Maar ook in andere situaties staat de dader zelden alleen. Op termijn kan een groep zich tegen een enkeling keren. Wie niet meedoet, onttrekt zich aan de groepsmentaliteit en loopt het risico zelf slachtoffer te worden. Vaak ontbreekt het de meelopers aan het normbesef in welke situaties ‘grappig’ overgaat in ‘ontoelaatbaar’. Zij weten niet wat ze het slachtoffer aandoen. De (hoofd)dader versterkt vaak het gevoel van rechtmatig handelen door het slachtoffer neer te zetten als een figuur die niet beter verdient. Daders zijn nogal eens de leidende figuren in een groep. Ze beschikken over macht, aanzien, autoriteit. Het zijn kortom figuren wier sympathie men maar beter kan verwerven en behouden.
Zelfstandigheid
Je moet er niet aan denken dat een sportcoach of andere prominente begeleider zijn/haar macht, aanzien of autoriteit misbruikt en vooropgaat in het pesten. Het bewaken van gezonde verhoudingen binnen een team is nou juist de taak van deze functionarissen. Iets minder ernstig is desinteresse bij deze begeleider(s) ten aanzien van de verhoudingen binnen zijn groep. “Pesten komt in bijna alle bedrijven en organisaties voor,” signaleert de brochure van FNV Vakcentrale. “Maar in sommige bedrijven komt het veel vaker voor dan in andere. Blijkbaar heeft zo’n bedrijf eigenschappen die het ontstaan van pestgedrag bevorderen. Zo’n eigenschap is bijvoorbeeld het rondlopen van een leidinggevende die zich nauwelijks interesseert voor de individuele leden van zijn team. Wie weinig interesse heeft voor zijn ondergeschikten, zal pestgedrag niet snel opmerken.” Aan die laatste zin moet worden toegevoegd dat ook het ontbreken van normbesef bij de leidinggevende zal leiden tot het niet onderkennen van pestgedrag. Niet alleen de leidinggevende hoeft aan de oorzaak te liggen van het pestgedrag, weet de FNV-brochure. “Een andere factor is de mate van zelfstandigheid in het werk. Als mensen weinig zelfstandigheid hebben in het uitvoeren van hun taak, worden groepsnormen belangrijk. Je moet alles samen doen. In zo’n groep leidt afwijkend gedrag sneller tot pesten.” Het zal duidelijk zijn dat ook dit citaat makkelijk is te vertalen naar situaties in sportteams en –verenigingen.
Weerstand en tegenwerking
Als de leidinggevende (trainer/coach) pestgedrag pas laat opmerkt of er ondanks zijn/haar waarneming pas na geruime tijd actie tegen onderneemt, wordt het ombuigen van het gedrag van dader en meelopers moeilijker. Het veranderen van ingeslepen gedrag stuit op weerstand en tegenwerking. Dat mag echter geen reden zijn onaanvaardbare zaken niet aan te pakken. De leidinggevende doet er goed aan geen discussie te beginnen over de beweegredenen voor het pesten. Doorgaans wordt de schuld dan gelegd bij het slachtoffer, maar beweegredenen zijn in deze niet relevant. Pesten is ontoelaatbaar, ongeacht (veronderstelde) tekortkomingen in het gedrag van het slachtoffer. Uiteindelijk zal een organisatie, vereniging of team altijd zelf nadeel ondervinden van pestgedrag. Wie geen boodschap meent te hebben aan de immorele aspecten, biedt mogelijk een argument om de slechte sfeer te handhaven. Gewaardeerde krachten verliezen op oneigenlijke gronden hun plezier in het werk, worden ziek, arbeidsongeschikt of nemen ontslag. De macht van daders die merken dat hun gedrag wordt getolereerd, neemt toe. De getuigen van deze gang van zaken vrezen in toenemende mate zelf op enig moment het slachtoffer te worden van deze ontwikkelingen. Dat op die manier wordt aangestuurd op een totaal verpest werkklimaat is niet moeilijk te voorspellen.
Dit artikel werd in oktober 2004 gepubliceerd in het blad ‘Coachen’.

Praat mee en deel uw kennis en ervaring. Een foto bij uw reactie? Maak een gravatar aan op gravatar.com