“Weet naar welke talenten je zoekt”
Je kunt talenten veel efficiënter screenen en ontwikkelen als je goed weet wáár je naar op zoek bent. Dan is het zelfs mogelijk jongeren zonderveel ervaring en met weinig achtergrond in de sport in korte tijd klaar te stomen voor topprestaties.
Die ervaring deed UK Sport, de Britse tegenhanger van NOC*NSF op in de aanloop naar de Olympische Spelen van Londen. Ondersteund door een voor Nederlandse begrippen ongekend hoog budget heeft deze koepel van de Britse sport een serie opmerkelijke acties ondernomen om nieuwe talenten op te sporen, zo vertelt Chelsea Warr, hoofd van de afdeling sportontwikkelingvan UK Sport. Ze was half oktober op uitnodiging van NOC*NSF in Nederland om talentcoaches en anderen te vertellen over haar ervaringen.
De Britse sport hanteert al langer de uitgangspunten die NOC*NSF sinds kort ook nadrukkelijk omarmt: alles staat in dienst van de concurrentieslag met andere succesvolle sportlanden. Waar Nederland uit is op een positie in de top-10 van het landenklassement, ziet Groot-Brittannië zich gesteld voor de taak om in 2012 in zoveel mogelijk disciplines heel veel olympisch eremetaal in de wacht te slepen. Door het effectief screenen van talenten moeten de gaten gedicht worden.
“De vroegere Oost-Europese landen en het huidige China weten precies wat ze zoeken. Dat doen wij ook”, aldus Warr. In Groot-Brittannië zijn onder meer talenten gezocht voor olympische sporten waarin het land geen grote traditie kent, maar ook voor heel specifieke posities binnen een team. “Als je de karakteristieken kent van een midblokkeerster in een volleybalteam, kun je systematisch zoeken naar een exceptionele sportvrouw die daarbij past”, zo gaf ze als voorbeeld. “Maar we houden ook rekening met het feit dat sporten veranderen en daarmee ook de eisen die je aan een sporter moet stellen.”
Trainbaarheid
UK Sport gebruikte grote publiciteitscampagnes met bekende sporthelden om ambitieuze sporters te laten ‘solliciteren’ naar een positie in de topsport. Uiteraard was het uitzicht op deelname aan de Spelen in eigen land als een ‘magisch moment in hun leven’ een belangrijke motivatie. Dat gold ook voor het budget van 500 miljoen pond dat beschikbaar is, ruim 520 miljoen euro. Warr wees er wel op dat veertig procent van het geld besteed wordt aan de talentontwikkeling in de jaren tussen de Spelen van Londen en Rio.
Niettemin was het mogelijk om grote groepen sporters te werven en bijeen te brengen voor testdagen waar een eerste selectie plaatsvond. Wie door mocht naar de volgende ronde, kwam voor de belangrijkste uitdaging te staan, zo stelde Chelsea Warr. “Niet de uitgangssituatie is doorslaggevend, maar het adaptatievermogen. Je kunt testen wat je wilt, maar het gaat om de trainbaarheid van talenten op fysiek en technisch vlak. Hun reacties op de programma’s, die drie tot twaalf maanden duurden, was doorslaggevend. Ons motto was: try before you buy!”
De talenten zelf doorlopen volgens Warr vervolgens vijf fases: ze krijgen bevestiging van hun talent; ze zijn bereid meer tijd en energie in de training te stoppen en beseffen wat er nodig is om de top te bereiken; bijna iedereen ervaart een breekpunt waarna ze zich echt als topper gaan zien (“dan gaat het licht aan”, zegt Warr); vervolgens ontwikkelen ze de leefstijl die past bij het bestaan van een topsporter en ten slotte gaan ze medailles winnen en er alles aan doen om ook de beste te blijven. “Per sport verschillen de programma’s. In het turnen begin je uiteraard veel eerder dan voor de marathon”, zegt Warr. “Maar het framework is overal hetzelfde. Acht jaar vóór het grote piekmoment begin je met het rekruteren bij clubs en op wedstrijden. Twee jaar later start het specifieke ontwikkelingsprogramma voor de talenten en vier jaar later beginnen ze hun eerste medailles te winnen.”
Mentaal profiel
De methode is arbeidsintensief: van de 7.000 sporters die reageerden op een campagne om sporting giants voor het roeien te vinden, werden er 3.500 opgeroepen voor een test en kwamen er uiteindelijk 68 in het trainingsprogramma terecht. De selectie is streng en wie het in een bepaalde fase niet haalt, moet opstappen. “Je moet voorkomen dat sporters de pijplijn verstoppen”, aldus Warr. Eerste onderzoeken hebben laten zien wat een belangrijk struikelblok is: de overgang van het trainen op clubniveau – in Groot-Brittannië met twaalf uur
per week al behoorlijk intensief – naar de twintig uur training in de diverse talentprogramma’s. “We zijn nu bezig ook een mentaal profiel op te stellen van een succesvol sporttalent”, aldus Warr. “Vroege jeugdervaringen lijken een belangrijke rol te spelen voor de motivatie op latere leeftijd. Het lijkt erop dat sporters met bepaalde jeugdtrauma’s meer bereiken, maar er zijn nog geen betrouwbare conclusies te trekken.”
Dit artikel werd gepubliceerd in ‘NLCOACH’, nummer 5-2010
