‘Waar denk jij dat de bal terechtkomt?’

Het goed kunnen ‘lezen’ van de bewegingen en acties van een tegenstander is in veel spel- en duelsporten van doorslaggevend belang. Toch blijken de meeste topsporters – onbewust – hun gezichtsvermogen niet altijd optimaal te gebruiken. Volgens wetenschappers van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam biedt het trainen van de visuele perceptie voor deze sporters uitkomst.

Het voorbeeld is anekdotisch. Begin 2006 gaf prof.dr. Geert Savelsbergh, bewegingswetenschapper aan de VU, een lezing voor de Portugese voetbalbond. Savelsbergh beweerde, op basis van onderzoek dat hij gedaan had bij zestien Nederlandse voetbalclubs uit de eerste en eredivisie, dat keepers door middel van training met grotere zekerheid konden bepalen waar een strafschop geschoten zou worden. Het onderzoek had aangetoond dat een keeper, mits goed perceptueel getraind, voorafgaande aan het schot beter kon bepalen of een penalty links of rechts zou komen. Ook de hoogte waarop de bal zou worden geschoten kon hij op voorhand met enige zekerheid bepalen.

De Portugese voetbalbond ging met die wetenschap aan de haal en gaf de keepers van de nationale ploeg voorafgaande aan het WK in Duitsland ‘strafschoples’. Nadat in de achtste finales Nederland was uitgeschakeld, trof het Portugese voetbalteam met doelman Ricardo Engeland in de kwartfinale. Na de reguliere speeltijd en verlenging was deze doelpuntloze wedstrijd nog altijd onbeslist. Penalty’s moesten uitmaken wie naar de halve finale zou gaan. Van de vier strafschoppen die de Engelsen vervolgens namen, stopte Ricardo er drie. Bij de vierde zat hij in de goede hoek. In de halve finale die volgde werd Portugal door een rake strafschop van Zinedine Zidane alsnog uitgeschakeld in de strijd om de wereldtitel. Ricardo koos opnieuw de goede hoek, maar miste de strafschop van Zidane op een haar na. Hij ondervond zo dat tegen een goed genomen penalty geen enkele wetenschap is bestand.

Diepte

“Statistisch gezien is het bijna onmogelijk dat Ricardo door te gokken vijf keer de juiste hoek koos”, zegt de Amsterdamse hoogleraar Savelsbergh glimlachend op zijn werkkamer in Amsterdam-Zuid. Dat noch de KNVB noch de Nederlandse voetbalclubs moeite hebben gedaan om net als de Portugese voetbalbond energie te steken in het toepassen van zijn kennis, doet hij af met de droge constatering dat de afstand tussen wetenschap en sportpraktijk voor Nederlandse voetbalclubs (nog) te groot is.

Een oordeel hierover heeft hij niet. Liever legt hij het hoe en waarom van perceptueel trainen uit. “Allereerst bepaal je het verschil in sportspecifieke kennis tussen beginnelingen en experts. Onderzoek heeft aangetoond dat experts beter hun aandacht kunnen richten op relevante visuele informatie. Ze kunnen die informatie sneller en nauwkeuriger analyseren en verwerken dan beginners. Vooral in bal- en racketsporten is het waarnemen en analyseren van acties van tegenstanders en medespelers van belang om adequaat te kunnen reageren.”

“Is het eenmaal duidelijk geworden welke sportspecifieke perceptuele vaardigheden belangrijk zijn, dan kan daarop worden getraind. Daarvoor zijn de afgelopen jaren verschillende methoden ontwikkeld. Die methoden hebben gemeen dat ze de aandacht van de sporter richten op de gebieden die relevante informatie bevatten.” Op zijn laptop toont Savelsbergh enkele voorbeelden. Allereerst een videoclip van een sprongservice bij een volleybalwedstrijd. Een fractie nadat de bal is geslagen en deze boven het net hangt, stopt de professor het beeld: “Waar denk jij dat de bal terechtkomt?”, vraagt hij. De crossgeslagen sprongservice lijkt op basis van de gegeven informatie uit te gaan. Vervolgens drukt Savelsbergh op play en wordt duidelijk dat de bal met enorm veel spin vlak achter het net, binnen de lijnen valt. “De test leert dat je uit het eerste deel van de opslag alleen de richting kunt afleiden. Het schatten van de diepte is in dit traject onmogelijk. De conclusie dat de bal uit gaat, mag op basis van deze informatie niet getrokken worden. Doe je dat wel, dan word je verrast door de spin in de bal, die pas op het laatste moment zichtbaar wordt en scoort de tegenstander een punt.”

Het stille oog van Roger Federer

Om per sport duidelijk in kaart te krijgen welke perceptuele vaardigheden het meest winstgevend zijn, zou Savelsbergh het liefst werken met sporters die van nature over een uitmuntende visuele perceptie beschikken. Savelsbergh: “Bijvoorbeeld Roger Federer. Behalve dat hij als geen ander de lichaamstaal van zijn tegenstander kan lezen, zie je hem ook anders kijken bij het maken van de eigen actie. Een fractie na het moment dat hij een forehand of backhand geslagen heeft, kijkt hij nog altijd naar de plek waar het contact met de bal gemaakt is. Door zijn kijkgedrag op die manier te sturen, houdt hij zijn lichaam optimaal in balans. Dat heet ‘het stille oog’, iets wat je ook bij golfers ziet. Hij slaat de bal, maar stabiliseert heel even. Dat is milliseconde werk. We zouden graag onderzoeken hoe je dat kijkgedrag kunt leren.”

 

Anticiperen

Onder leiding van Savelsbergh deden Amsterdamse bewegingswetenschappers gelijksoortige tests in het veld met spelers van het volleybalteam van de Hogeschool van Amsterdam. De ontvanger van de service droeg daarbij een zogenaamde liquid crystal-bril. “Door de glazen van deze bril tijdens de opslag op het juiste moment een fractie te verduisteren, kun je spelers leren welke informatie belangrijk is bij de sprong van de tegenstander en tijdens de vlucht van de bal. Op die manier leer je ze beter anticiperen en focussen.”

En dan het voorbeeld dat Savelsbergh bijna twee jaar geleden liet zien aan geïnteresseerden van de Portugese voetbalbond. Op het laptopscherm verschijnt een voetballer die een strafschop neemt, gezien van voren. De speler legt aan en schiet. Vlak voordat hij dat doet, stopt het beeld. Opnieuw de vraag van Savelsbergh: “Waar denk jij dat bal terechtkomt?” Het antwoord laat zich niet makkelijk raden. Totdat Savelsbergh een volgend filmpje laat zien. Weer een speler die een strafschop neemt. Nu glijdt een grijs focuspunt van boven naar beneden over het lichaam van de strafschopnemer. Op het moment van schieten, verstilt het beeld opnieuw. Door goed te kijken naar de bewegingskenmerken in het focuspunt is duidelijk geworden dat de speler op het scherm de bal naar de linkerbovenhoek gaat schieten.

Het voorbeeld vertelt in een notendop de manier waarop de Amsterdamse bewegingswetenschappers het kijkgedrag bij amateur-keepers onderzochten. Het onderzoek toonde aan dat voor keepers lang wachten loont. Daarbij moeten ze eerst naar het hoofd van de strafschopnemer kijken (‘naar welke hoek kijkt hij?’). Dan naar het draaien van de heupen en uiteindelijk naar het standbeen. Met behulp van dit kijkgedrag kozen de keepers in 93 procent van de gevallen de juiste hoek. De juiste hoogte werd in 46 procent van de gevallen goed ingeschat.

Deze training, die nog geen twintig minuten duurde en werd uitgevoerd met een joystick voor een videoscherm, had als resultaat dat het aantal virtueel gestopte penalty’s verschoof van 35,2 procent naar 43,3 procent. Of de realiteit zich wat dit betreft verhoudt tot de gesimuleerde werkelijkheid weet alleen de Portugese keeper Ricardo. Voor Savelsbergh bieden de onderzoeksresultaten voldoende aanleiding om komend jaar vervolgonderzoek te doen. Dan zullen keepers begeleid door wetenschappers met liquid crystal-brillen in het doel gaan staan.

 

Dit artikel werd in december 2007 gepubliceerd in ‘Coachen’.

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen