OLYMPISCH VUUR MEDIA ALERT
‘Ik dacht: dat is echt niets voor mij’
Roeister Femke Dekker wil tijdens de Spelen de belangen van sporters behartigen. ‘Onze stem moet gehoord worden.’
Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) presenteerde onlangs de lijst van 21 kandidaten voor zijn atletencommissie. Volgend jaar in Londen kiezen sporters vier nieuwe leden voor hun officiële spreekbuis binnen de IOC. De Nederlandse kandidaat is Femke Dekker (32). De roeivedette is lid van de atletencommissie van NOC*NSF, ging drie keer naar de Olympische Spelen en won zilver in Peking met de Vrouwen Acht.
Waarom ga jij dit doen?
‘NOC*NSF wil steeds meer Nederlandse atleten in internationale besturen. Zij vroegen aan ons (de Nederlandse atletencommissie, red.) om mee te denken over geschikte kandidaten voor de atletencommissie van het IOC. Toen dacht ik nog helemaal niet aan mezelf.
‘Tijdens eerdere Spelen zag ik atleten campagne voeren. Sommigen deden het overdreven, voor de etenstent. De Duitse Claudia Bokel stond daar te schermen en voor zichzelf te flyeren (de schermster won zilver in Athene en werd in 2008 gekozen in de atletencommissie, red.). Ik zag het en dacht: dat is echt niks voor mij.
‘Later werd ik door NOC*NSF gevraagd. Ze zeiden: we vinden dat het bij je past, dat je ook daadwerkelijk iets kan inbrengen. Dus ben ik erover gaan nadenken. Het lijkt me interessant, alleen vond ik mezelf niet geschikt voor dat lobbyen.’
Om welke reden ging je overstag?
‘Veel dingen bij het IOC zijn zo afgekaderd, daar heb je als sporter niets over te zeggen. Voor mij is het IOC heel ongrijpbaar. Het is een instantie die zendt, ik zie daar heel weinig dialoog. Ook van de inbreng van de atletencommissie heb ik weinig gemerkt. Ik wil kijken of ik daar verandering in kan brengen.’
Het Cruijff-adagium: sporters aan de macht.
‘Ik zeg niet dat sporters het initiatief moeten nemen, maar bonden zouden actiever sporters voor besturen kunnen leveren. Natuurlijk moet je ook mensen van buitenaf hebben, je hebt altijd een frisse blik nodig. Maar atleten hebben de kennis die bonden nodig hebben. Wat is meer motiverend dan een sporter langs de kant die zelf ook al heeft gepresteerd?’
Wat wil je veranderen?
‘In elke beslissing die genomen wordt, op welk niveau dan ook, moet de stem van de atleet gehoord kunnen worden, daar is de atletencommissie voor. Gelukkig hoorde ik dat de laatste tijd al vaker naar ons geluisterd.
‘Een simpel voorbeeld: de openingsceremonie is altijd onwijs vervelend voor spelers. De volgende dag moet je meteen presteren, maar je staat heel lang te wachten. Tegelijkertijd is die ceremonie het mooiste van de Spelen. Het IOC heeft nooit gevraagd wat de atleten op dat moment willen. Nu is in overleg met sporters gekeken naar de mogelijkheden om meteen na de ceremonie te vertrekken.
‘Mijn belangrijkste punten zijn internationale samenwerking, een tweede carrière voor topsporters en de strijd tegen doping. Als je wordt gekozen, dan krijg je een rol binnen een commissie op een bepaald onderwerp. Dat kan anti-doping zijn, maar ook iets heel anders.’
Je hebt geduchte concurrenten, bijvoorbeeld James Tomkins, de roeier uit Australië met drie keer olympisch goud op zijn naam.
‘Je mag niet twee atleten uit één sport kiezen, dus het is James of ik. Verder houden ze rekening met geslacht en vertegenwoordiging van continenten. Tomkins is een bekende, misschien wint hij het op zijn pr, ik hoop dat ik het op inhoud win.
‘Kirsty Coventry, de zwemster uit Namibië met twee keer olympisch goud, is ook een goede kandidaat die wat te zeggen heeft. Ik ben misschien niet zo bekend als zij of als een roeier met drie gouden medailles, maar ik ga ervoor, want ik wil iets veranderen.’
Botst je sportieve ambitie met je kandidaatschap voor het IOC?
‘Nee, ik heb met NOC*NSF afgesproken dat de training voor de spelen voor mij prioriteit heeft. De sport staat op één, maar ik wil voor de verkiezingen wel iets ludieks doen. Toch zul je mij echt niet met een roeiriem voor de etenstent zien staan. Het moet iets zijn waar mensen wat aan hebben, dat ze aan mij herinnert en laat zien wie ik ben.’
Volkskrant – 14 december 2011
