Generatiekloof
Hoe bind je de jongeren van nu?
“Durf je kwetsbaar op te stellen”
Generatieverschillen zijn van alle tijden, maar dankzij de nieuwe media lijken ze groter dan ooit. De jongste generatie groeit bovendien op in een welvarende wereld. Hoe bind je als coach deze jongeren, die gewend zijn aan multitasken, snel verveeld zijn en al helemaal niet geneigd zijn iemands autoriteit zomaar te respecteren? Twee ‘generatiedeskundigen’ geven advies: “De grootste fout van een coach is te denken: ik ben zelf ook jong geweest, dus ik weet wel hoe het zit.”
Deskundigen die de verschillende generaties willen duiden, werken graag met labels. Zo noemt hoogleraar organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven Mathieu Weggeman, gespecialiseerd in generatieverschillen in organisaties, de jongeren van ná 1985 graag ‘de netwerkgeneratie’. Zij hebben vanaf hun vroegste jeugd veel te kiezen, ze gaan zonder ‘lijstjes’
door hun ‘hiërarchieloze’ wereld. Zij zijn wel bereid te luisteren naar een coach, maar het moet wel nut hebben. Anders is het energieverspilling. Respect is voor de jonge generatie heel belangrijk, zo betoogt de hoogleraar. “Coaches moeten zich daarom verdiepen in de kwaliteiten van de jongste generatie. Als ze die maar niet bij voorbaat diskwalificeren, dan is er al veel winst. Zo hoor je de oudere generatie vaak roepen: multitasken gaat ten kosten van de kwaliteit. Maar de jongere generatie zegt: niet alles hoeft de maximale kwaliteit te hebben, soms is een 7 goed genoeg. Zij zijn veel strategischer in het bepalen van de kwaliteit van hun prestatie, omdat er zoveel alternatieven zijn. Als je altijd een 10 wilt halen, kom je tijd tekort. Als je dat vertaalt naar de sport: zij kunnen op de juiste momenten hun krachten sparen.” Weggeman noemt voormalig hockeybondscoach Marc Lammers als een voorbeeld van een coach wiens aanpak zal aanslaan bij de netwerkgeneratie. “Hij gaat heel erg uit van de competenties van zijn speelsters, in plaats van alles voor te schrijven. Zoals ik hem daarover heb horen spreken, dat was zo anders als de indruk die iemand als Marco van Basten op mij maakte. Zoals Lammers het deed, dat is de werkwijze die je op deze jonge generatie moet toepassen.”
AUTHENTICITEIT
Communicatieadviseur Jeroen Boschma, auteur van het boek Generatie Einstein, weet wel waarom de aanpak van Marc
Lammers werkt: “Omdat hij het ook daadwerkelijk meent. Hij is echt geïnteresseerd in de mening van zijn speelsters.” De
grootste fout die een coach tegenover de jongste generatie kan maken, vindt Boschma, is onoprecht zijn. “Als je als coach net doet alsof je zelf ook nog jong bent en precies weet hoe het werkt, val je door de mand, daar prikken ze dwars doorheen. Authenticiteit is heel belangrijk.” De jongste generatie verwacht van degene die hen iets moet leren dat ze hun vak verstaan, sterker nog, dat ze zeer goed zijn in hun vak. Boschma: “Dat betekent dus, dat als je niet de allerbeste bent, je niet moet doen alsof. Durf je kwetsbaar op te stellen. Een goeie uitspraak uit de onderwijswereld in dit verband is: een dag niet geleerd van je leerlingen, is een dag niet lesgegeven.” Boschma stelt vast dat de grootste kloof
zit tussen de generatie Einstein, jongeren tot 24 jaar, en de dertigers en veertigers. De afstand met de generatie daarboven, de babyboomers, en de generatie Einstein is veel kleiner. “Het is grappig om te zien dat iemand als Foppe de Haan ogenschijnlijk beter met jongeren overweg kan dan
de generatie onder hem. Dat is ingegeven doordat de oude generatie zich opener opstelt. Ze vinden niet meer dat ze alles moeten snappen, ze durven vragen te stellen: ‘Leg mij maar eens uit hoe het werkt.’ Ze zijn wat relaxter omdat ze een bepaalde status bereikt hebben. Daardoor gaan ze meer uit van hun eigen kracht. Dat wordt door de jongeren erg gewaardeerd.” Het geeft de coaches de mogelijk om de creativiteit, waarover de jongste generatie volgens Boschma bij uitstek beschikt, goed te benutten. “Als geen ander bezitten zij het vermogen tot improviseren, omdat hun rechterhersenhelft veel beter is ontwikkeld. Ze handelen vanuit vertrouwen, dat van begin af aan in hen gesteld is. Dat is in de sport natuurlijk ontzettend belangrijk. De spelers van FC Barcelona krijgen, zo heb ik begrepen, ook ontzettend veel vrijheid om op gevoel beslissingen te nemen. En dat werkt. Het is aan de coaches om een systeem te creëren waarin de voetballers intuïtief hun ding kunnen doen.”
De WAAROMVRAAG
Nederlanders, ook sporters, staan bekend om het stellen van de ‘waaromvraag’. Voor de jongste generatie geldt dat volgens de deskundigen nog sterker. De vraag is of dat in de sportwereld niet tot problemen leidt. Weggeman: “Het zal erger worden, maar daar moet je als coach dan maar een antwoord op vinden. Jongeren vinden het veel belangrijker dat ze een aangenaam en betekenisvol leven hebben. Als coach moet je daarom zorgen dat je een ‘verhaal’ achter je opdrachten hebt. Een typische fout van oudere coaches is dat zij denken: ik heb de macht en zij passen zich maar aan mij aan. Dan zegt een jongere al gauw: houdoe, ik heb het wel gezien hier.” Volgens Boschma zijn de generatieverschillen niet onoverbrugbaar, integendeel zelfs. “De jongste generatie is in veel opzichten ontzettend traditioneel. Vriendschappen, eerlijkheid en oprechtheid zijn voor hen extreem belangrijk. In de pupil-coachverhouding betekent dit dat vertrouwen in elkaar van groot belang is. Dus op het moment dat er wederzijds respect en vertrouwen is, denk ik dat je als coach met de huidige generatie juist makkelijker kunt samenwerken. Maar het is wel zo dat je autoriteit niet meer is gebaseerd op jouw naam en functie, maar op jouw kennis en kunde.”
Sterker door computergames
Computerspelletjes zijn de erkende vijand van de sport. Maar het heeft de jongste generatie ook op een positieve wijze beïnvloed, betoogt Weggeman. “Ze hebben er hun grote zelfvertrouwen aan te danken. Games geven een heleboel positieve feedback. Als je het goed doet, en veel punten haalt, mag je naar een hoger level. Bij dit soort ‘wedstrijden’ wordt er niet van uitgegaan dat je niet wint. Dat geeft ze een positief beeld over zichzelf. Een ander groot voordeel van de games is dat ze heel snel leren. En ze kunnen heel goed tegen assertieve feedback. Je hoeft
kritiek niet helemaal in te kleden en dat komt in de sport goed van pas.” Een ander winstpunt is dat er bij sommige sporten dankzij games minder getraind hoeft te worden op oog-handcoördinatie. Weggeman: “De opleiding voor chirurgen, voor wie deze coördinatie van groot belang is, is hierop ook al aangepast. De aankomende generatie blijkt na de helft van het oorspronkelijk beoogde aantal uren al op de norm te zitten.”
Dit artikel staat in NLCOACH nummer 2 – 2011 en is geschreven door Friso Schotanus
