Moeten sporters naar het buitenland om bij de wereldtop te horen?

Hij stond in de finale van de Olympische Spelen en won in december de prestigieuze wereldbekerfinale aan de rekstok. Komende zomer vertrekt turner Epke Zonderland (22) naar de Verenigde Staten waar hij meer denkt te leren. Hij is niet de enige, talloze sporters slaan hun vleugels uit naar het buitenland. Moet een Nederlandse topper, om bij de wereldtop te horen, naar het buitenland?

“Nee”, vindt Gerard Speerstra, de huidige coach van Zonderland. “Turners kunnen ook in Nederland de wereldtop halen. We hebben alle faciliteiten voorhanden. Het NOC*NSF biedt een fulltime coach, Sportstad Heerenveen heeft trainingsfaciliteiten en medische voorzieningen. Met de komst van een Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) is het helemaal niet meer nodig om naar het buitenland te gaan.”

Dat zijn succesvolle pupil besluit om de zeventien jaar oude samenwerking met hem te verbreken respecteert Speerstra. Tegelijkertijd heeft de coach zijn twijfels. “Epke is niet uitgeleerd hier. We hebben het maximale niet hoeven en niet kunnen laten zien. Dus of het eventuele succes aan het buitenland en de nieuwe coach ligt? Ik weet het niet.”

Volgens Speerstra mist Nederland op dit moment de professionele context die een topper op topniveau kan houden. “Topsporters moeten contractueel verbonden worden aan een organisatie. Ze moeten honderd procent prof kunnen zijn, en er niet nog eens een baan bij hebben. Als aan die voorwaarde wordt voldaan, is in iedere sport aansluiting met de wereldtop haalbaar.”

Of een verblijf over de grens wordt overschat? “Het wordt mooier gemaakt dan het is, vaak zit een sporter op een roze wolk, daar kom je als coach niet doorheen. Ze moeten zelf door schade en schande wijs worden. Dat geldt ook voor Epke. Hij loopt de kans dat het gaat tegenvallen, dat zijn niveau afneemt en dat hij niet meer tot de wereldtop zal behoren. Dat is een groot risico. Maar wie weet krijgen we een sporter terug met een nieuwe manier van denken, die ons wegwijs maakt in het bedrijven van topsport.”

Ook het achterlaten van huis en haard is een nadeel, vindt de turncoach. “In het buitenland ben je op jezelf aangewezen, de sociale omgeving komt op een laag pitje te staan.” Of het niet ook een voordeel is om je als sporter helemaal af te zonderen en te focussen op alleen de rekstok of dat zwembad, zoals Inge de Bruijn ooit deed in de VS? “Een mens is een kuddedier, hij zoekt altijd een vertrouwde omgeving met vertrouwde personen.”

Robert Eenhoorn, voormalig bondscoach van de Nederlandse honkballers, kan een verblijf in het buitenland alleen maar aanbevelen. Zelf speelde hij negen jaar in de Verenigde Staten; het mekka van de honkbalsport. “Een verblijf in het buitenland maakt je heel snel volwassen omdat je op jezelf aangewezen bent. Intrinsieke motivatie en discipline, heel belangrijk in de topsport, worden daar op de proef gesteld. Zo kom je erachter of je uit het goede hout bent gesneden. In Nederland is dat niet aan de orde. Je zit hier in een beschermde positie met vrienden en familie. In de absolute top is het belangrijk dat je zelf je problemen kunt oplossen.”

Sowieso is het logisch voor een Nederlandse honkballer om te vertrekken, aldus Eenhoorn. Niet toevallig heeft 85 procent van de huidige nationale selectie zijn opleiding in de VS genoten. “De beste honkbalcompetitie wordt niet in Nederland gespeeld, dus een honkballer moet wel verkassen om zichzelf optimaal te ontwikkelen. Je moet de concurrentie opzoeken om de absolute top te halen.”

Of hijzelf beter is geworden in de VS? “Het is een harde leerschool geweest, een kwestie van overleven. Amerikaanse topsport is totaal anders dan de veilige Nederlandse topsport. Hier was ik niet zover gekomen. Ik heb er nu nog elke dag baat bij. In Nederland wil een sporter zekerheid hebben alvorens te presteren, in de VS moet je presteren om zekerheid te krijgen.” Ook financiële motieven spelen mee, beaamt Eenhoorn. “Maar dat is juist goed. Hoe meer geld er in een competitie zit, hoe groter de belangen, hoe groter de druk. Daar leer je van, ook daar word je beter van.”

Die enorme zak geld is de reden waarom voetballers juist té vroeg hun heil zoeken in het buitenland, meent FC Groningen-coach Ron Jans. “Veel spelers vertrekken niet om hun sportieve ontwikkeling, maar om het geld. Zaakwaarnemers spelen daar een belangrijke rol in. Als je hier een jaar goed hebt gespeeld, ben je weg.”

Jans heeft grote twijfels bij die gang van zaken. Hij noemt Ryan Babel en Royston Drenthe als voorbeeld. “Ze zitten dan wel bij topclubs, maar wat gebeurt er met ze? Als je niet als een absolute meerwaarde binnenkomt, dan loop je het risico weinig speeltijd te krijgen. Dan ben je op jezelf aangewezen, en gaat je ontwikkeling achter- in plaats van vooruit.”

Jans is van mening dat de overstap naar de grote competities in Engeland, Italië of Spanje voor een voetballer noodzakelijk is om de absolute top te bereiken. “Elk jaar Europees voetbal, dag in dag uit trainen met en spelen tegen de besten, daar word je alleen maar beter van. Helaas heeft de eredivisie niet het niveau van de competitie in andere voetballanden. Maar de timing van vertrek is essentieel. Genoeg voetballers die te vroeg vertrokken en van wie je nooit meer hebt gehoord.”

Wie op het juiste moment vertrok? “Van Bommel was 28 toen hij naar Barcelona ging. Rond je 26e is de perfecte leeftijd om te gaan.” De tendens is echter dat talenten op steeds jongere leeftijd worden ingepikt door met name Engelse topclubs. “Een slechte zaak”, zegt Jans. “Spelers en ouders kiezen voor een naam en financieel gewin. Ik betwijfel of een jeugdspeler zich in het buitenland beter kan ontwikkelen dan hier. Al zijn er uitzonderingen. Robin van Persie heeft al vroeg de overstap gemaakt, achteraf gezien een juiste keuze. Hier had hij zijn niveau uiteindelijk misschien ook wel gehaald, maar in die tijd was hij een eigenwijze jongen die mensen om zich heen had die hem klein hielden, zoals Van Hooijdonk, waardoor hij zich niet kon ontwikkelen.”

Zelf speelde Jans een jaar in Japan, niet de meest hoog aangeschreven voetbalcompetitie. “Als voetballer ben ik er niet beter geworden, als mens wel. Met vrouw en kind naar een land waar je de taal niet spreekt, in een totaal andere cultuur – dat verrijkt je als persoon en levert indringender ervaringen op dan kennismaken met een nieuwe voetbalcultuur. Want daar is na een jaar het nieuwe wel vanaf.”

“Als alle ingrediënten in Nederland aanwezig zijn, dan is de trek naar het buitenland niet nodig”, vindt Peter Verlooy, die zich als technisch directeur bij de Atletiekunie onder meer bezighoudt met het begeleiden en faciliteren van toptalenten. Wat die ingrediënten zijn? “Een topcoach die de weg naar succes kent, die op de hoogte is van de internationale standaard, maximale faciliteiten en goede (para)medische zorg.”

Verlooy is van mening dat deze aspecten in Nederland tegenwoordig prima geregeld zijn. “Op Papendal kunnen atleten volledig gefocused en zonder enige afleiding – iets anders dan afzondering! – trainen. Als er in het buitenland kennis en kunde aanwezig is die wij niet hebben, dan moet je misschien wel vertrekken. Polsstokspringer Rens Blom trainde een aantal jaren in Duitsland om de laatste stap te kunnen zetten. In die tijd bestond hier nog geen fulltime programma voor polsstokhoogspringen.”

Sowieso is het goed om zo nu en dan je licht op te steken over de grens. “Neem een sprinttalent als Loreanne Kuhurima. Er is nog genoeg rek voor haar om zich in Nederland te ontwikkelen, zeker met de toekomstige CTO’s. Maar buitenlandse trainingsstages blijven van belang, omdat ze daar met andere wereldtoppers kan trainen.” Maar definitief verhuizen? “In het verleden zijn talloze talenten op uitnodiging van een universiteit naar de VS vertrokken. Velen zijn teleurgesteld teruggekeerd, een avontuur rijker maar zonder vooruitgang te hebben geboekt.” Of een Rutger Smith meer had bereikt als hij zich had teruggetrokken in het Oostblok….. “Rutger heeft een internationaal gerespecteerde coach, trainingspartners met internationale ambities, en zoekt voortdurend internationale dwarsverbanden. Ik denk dat hij voor zichzelf een tamelijk ideaal topsportklimaat heeft gecreëerd.

Misschien moeten we de stelling veranderen: om beter te worden, moeten buitenlandse coaches naar Nederland worden gehaald. Dat is in ieder geval effectiever, omdat je meer slipstream bewerkstelligt. Niet alleen die ene sporter wordt er beter van, maar een hele sportomgeving.”

Dit artikel is een bewerking van het artikel uit NLCoach nummer 1-2009

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
1 Reactie op dit bericht

Praat mee en deel uw kennis en ervaring. Een foto bij uw reactie? Maak een gravatar aan op gravatar.com

  1. Marina Meijer
    Vanuit UStudy begeleiden wij veel topsporters en sub topsporters naar universiteiten in de VS. Zij kunnen dan hun sporttalent daar verder ontwikkelen in een stimulerende omgeving (als amateur maar veelal professioneel begeleid) en tegelijkertijd hun bachelor of master halen. Sociale leven vindt binnen het team en op de universiteitscampus plaats. Een college sport carriere kan een goede ingang zijn naar de professionele sportwereld, waarbij dan de maatschappelijke bagage een flink stuk groter is geworden voor de sporter, dan zou hij in NL gebleven zijn. Mentale coaching in de VS is ook wat sporters zoeken.
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen