Wie coacht de coach?

Voor de buitenwereld is hij de onbetwiste veldheer, de machtigste man in de sport. In werkelijkheid is hij steeds meer een primus inter pares geworden, een manager die moet kunnen delegeren en als vakman alleen maar kan groeien als hij zich verzekert van de juiste feedback. 

“Tegenwoordig”, zei Ajax-directeur Rik van den Boog bij het vertrek van coach Marco van Basten, “is een trainer van een club als Ajax bijna een psycholoog, een pedagoog en een didacticus. Dat is Marco niet.” Van den Boog wilde met zijn opmerking Van Basten een hart onder de riem steken. Een trainer die ook nog eens een psycholoog, pedagoog en didacticus moet zijn – voor wie zou dat niet te hoog gegrepen zijn? Van den Boog, een nieuweling in het betaald voetbal, ging voorbij aan het feit dat het trainerschap altijd al een combinatie van kwaliteiten is geweest, en dat Van Basten dus juist had gefaald in de essentie van het trainerschap. Van Rinus Michels tot Ferguson, van Arie tot Avital Selinger, van Anton Huiskes tot Gerard Kemkers – elke coach is een multitasker die meerdere schoteltjes in de lucht moet kunnen houden.

Driedelig pak

Wat wel veranderd is, is de groei en verregaande specialisatie van de begeleiding. Op topniveau wordt elke coach tegenwoordig bijgestaan door een batterij specialisten, van conditietrainers tot diëtisten, van videoanalisten tot mental coaches. Daarmee is de rol van de trainer/ coach automatisch verschoven van oefenmeester naar manager, en wordt hij op veel meer aspecten beoordeeld dan alleen het veldwerk.

De moderne trainer moet niet alleen interessante oefenstof hebben, verstand hebben van tactiek en de ego’s in de selectie op één lijn zien te krijgen. Hij moet ook dat team van specialisten aansturen, zaakwaarnemers paaien, sponsors behagen, en – dat vooral – zich met de media kunnen verstaan. Het liefst in welluidende volzinnen, met argumenten omkleed, en nog origineel ook, want wie in clichés spreekt is oninteressant. Die transformatie zie je terug in het uiterlijk van de coach. In vrijwel elke sport is het trainingspak vervangen door een driedelig pak.

Sprekerscircuit

Wellicht de grootste verandering: de fascinatie van de media voor de coach. Werd hij vroeger vooral als een noodzakelijk kwaad beschouwd omdat hij de vrijheid van de spelers inperkte, tegenwoordig is hij de onbetwiste en alom bejubelde veldheer zonder wiens tactisch genie de machinerie niet in beweging komt. Die fascinatie heeft beslist iets te maken met de enorme geldbedragen die in veel sporten omgaan. Sportsterren die miljoenen verdienen, maar moeten doen wat hun coach wil – dat fascineert, en geeft de Fergusons en Hiddinks van deze wereld iets magisch.

Een beeld dat door de coaches met instemming wordt gevoed, en dat van hen graag geziene en goed betaalde gasten heeft gemaakt in het sprekerscircuit. Tegen vergoedingen waar ze als trainer alleen maar van kunnen dromen, verhalen Ton Boot, Marc Lammers, Robin van Galen et cetera over leiderschap, teambuilding en innovatief denken, en trekken ze voor een ademloos gehoor parallellen tussen sport en bedrijfsleven. Want ook daar gaat het om motivatie, om doelen stellen en alle neuzen dezelfde kant op krijgen.

Authenticiteit

Aan het begin van het seizoen 2008-2009 werd Van Gaal geïnterviewd in het blad Coachen. In veel opzichten nam hij afstand van de goddelijke gaven die de coach tegenwoordig worden toegedicht. Kern van het vak, aldus een aangenaam nuchtere Van Gaal, is nog steeds: ‘trainen, opstellen, begeleiden en scherp houden’. Voor de trainer die in het spel met de media overeind wil blijven, had hij maar één advies: nooit jezelf verloochenen en trouw blijven aan je visie. “Spelers en staf prikken er zo doorheen als je dat niet bent.” De kern van zijn eigen visie? Van Gaal: “Respect. Respect in de zin dat ik probeer aan te voelen wat mijn spelers denken en voelen, en ze probeer te gebruiken overeenkomstig hun kwaliteiten.”

Niemand zal Van Gaal er ooit van kunnen beschuldigen dat hij van deze visie is afgeweken. Zijn faam berust er juist op dat hij zo consequent is. Consequent in het respect voor zijn spelers, consequent in boetseren van het best mogelijk elftal, consequent in het halen van succes. Authenticiteit, dat is volgens René Meulensteen, de Nederlandse assistenttrainer van Manchester United, ook het geheim achter het succes van zijn baas, Alex Ferguson. “Sir Alex geniet op exact dezelfde manier als vroeger”, zei Meulensteen in mei 2009 in de Volkskrant. “De intensiteit van zijn woede of vreugde is dezelfde als toen. En hij heeft een enorme honger naar succes, nog steeds.” Die honger, aldus Meulensteen, heeft Ferguson op de gehele club overgebracht, en dat is wat Manchester United zo groot maakt: de maniakale drang om elke volgende wedstrijd te willen winnen.

Paard en ruiter

Naast authenticiteit lijkt de succesvolle coach nog een geheim te hebben. Als hij of zij vroeger als speler actief is geweest, dan bij voorkeur niet op topniveau. Een goed paard maakt nog geen goede ruiter, zei Co Adriaanse ooit over de trainersambities van Marco van Basten. Fabuleuze beeldspraak, die inmiddels gepreciseerd kan worden tot: goede paarden zijn zelden goede ruiters. Michels, Hiddink, Advocaat, Van Gaal: stuk voor stuk trainers die het als speler niet hebben gemaakt. Een rijtje dat zich moeiteloos laat uitbreiden met bijvoorbeeld Ab Krook, Henk Gemser, Jac Orie en Gerard Kemkers in het schaatsen; of met Roelant Oltmans, Maurits Hendriks en Marc Lammers in het hockey. Als speler hebben deze coaches geleerd wat dienen is. Een coach die de opdrachten aan zijn spelers ook zelf heeft uitgevoerd, staat dichterbij hen dan de coach die als speler een uitblinker en hoogvlieger was.

Feedback

Grote coaches hebben nóg een kenmerk: ze omringen zich bij voorkeur met sterke mensen en staan hen toe hun stempel te drukken. Bij Manchester United vertrouwde Alex Ferguson dit seizoen de wedstrijdbespreking toe aan zijn assistent Meulensteen. Waar Ferguson volstond met de opstelling en elke speler kort en krachtig zijn taak inprentte, daar maakt Meulensteen er een wervelend, multimediaal spektakel van. Met behulp van PowerPoint, grafieken, bewegende en stilstaande beelden, loopt hij in amper tien minuten alles langs: de sterke en zwakke kanten van de tegenstander, de afspraken bij standaardsituaties, de gedroomde aanvalspatronen. Meulensteen: “Hoe getalenteerd spelers ook zijn, af en toe moet je heel daadkrachtig informatie overbrengen en duidelijk maken: zo gaan we het doen!”

Om op de vraag uit de kop van het verhaal terug te komen: een goede coach coacht zichzelf. Door vast te houden aan zijn identiteit en visie; door ruimte te geven, door te luisteren. Naar zijn staf, naar zijn spelers. Dat is niet alleen de beste garantie om ieders kwaliteiten tot bloei te laten komen, maar verzekert de coach bovendien van de best mogelijke feedback. En daarmee van zijn of haar eigen groei.

 

Dit artikel werd gepubliceerd in ‘NLCOACH’, nummer 2-2009. 

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen