Tokkelen op de harp van het sentiment

Bij de première van De mentale kwestie in 2001, een documentaire van Lies Niezen, werd gesproken over een ‘embryonale’ vorm van begeleiding in de Nederlandse topsport. De drie hoofdrolspelers, Jan Huijbers, Peter Blitz en Ted Troost, waren je reinste pioniers op het  gebied van de sportpsychologie. Toets nu, ruim acht jaar later de zoekterm ‘Vereniging voor SportPsychologie’ in op Google en je kunt kiezen uit 62 aangesloten begeleiders. Stuk voor stuk bereid je een gouden olympische medaille aan te praten.

Het is een geliefd onderwerp in de sportjournalistiek, waar falende landgenoten niet zelden de spiegel wordt  voorgehouden van Amerikaanse collega’s met voorbeeldige mentale kwaliteiten. Ook bij het uitkomen van de  documentaire in 2001 werd handenwrijvend verwezen naar de mislukte strafschoppenserie van het Nederlands elftal bij  het EK voetbal, een jaar eerder. Hadden die verwende miljonairtjes maar beter moeten kijken naar de hockeymannen die in hetzelfde olympische jaar immers wèl goud veroverden in Sydney en zich bij trainingen op strafballen hadden  laten adviseren door een sportpsycholoog. Zo werd het falen van de Nederlandse volleybalvrouwen zeven jaar later op de meest eenvoudige wijze verklaard zonder acht te slaan op de bijzondere omstandigheden, zoals de vrijkaart die een op papier zwakkere ploeg (Polen) wèl op de Olympische Spelen van Peking bracht. Nog gekker maakten journalisten  het door de finaleplaats bij de recente Europese titelstrijd (in Polen) geheel toe te schrijven aan de bezoekjes die speelsters gebracht hadden aan een mentale begeleider. Met recht van spreken maakte de betreffende volleybalcoach, Avital Selinger, zich woedend over het vermeende typische Hollandse verschijnsel. “Zwakke mentaliteit?”, brieste hij met onverholen minachting. “Dat heb je zeker van Jack van Gelder of Mart Smeets gehoord.” Uitroepteken!

Mentale huzarenstukjes
Vijfentwintig jaar geleden luisterde ik samen met mijn echtgenote, de talentvolle atlete Conny Vermazen, naar de cassettebandjes, ingesproken door Peter Blitz. Het waren voornamelijk ontspanningsoefeningen ter bestrijding van onder andere faalangst op het moment suprême. De mentale pionier had de gewoonte om je bijna letterlijk in slaap te sussen om je op volstrekt onverwachte momenten met klanken als kanonschoten weer bij de les te brengen. Het was waarschijnlijk niet de bedoeling, maar we hebben ongelooflijk hard gelachen. En ja, de faalangst bleef een hardnekkige  stalker die niet uit de buurt van het startblok was weg te slaan. Frank van Kolfschooten beschrijft in zijn biografie over  Karel Lotsy (De Dordtse magiër) mentale huzarenstukjes van zijn hoofdpersoon bij de Olympische Spelen van 1936 (Berlijn). Als de sfeer in de zwemploeg het laat afweten, roept voorzitter Jan de Vries de hulp in van de chef de mission. “Hij (Lotsy) tokkelde op de harp van het sentiment, hij liet de orgeltonen van zijn gemoed over zijn ontroerde auditorium golven en hij besloot zijn pakkende toespraak met een machtige finale, ingezet door de bazuinen zijner overtuiging. Dikke tranen biggelden over veler wangen en als zusters omarmden de meisjes elkaar.”

Hier wordt Joris van den Bergh geciteerd, een schrijver/journalist die een standbeeld verdient als het gaat om embryonale mentale begeleiding. Al in 1929 (!) verscheen diens biografie over Piet Moeskops, een legendarische wielrenner, Te midden der kampioenen. In een voorwoord van een van de herdrukken schreef Karel Lotsy: “Tot dat moment had ik de mental training ik zou haast zeggen bij intuïtie verricht. Ons beider ervaringen liepen parallel, zij ’t dan dat Joris’ bestudering en ontleding van al datgene wat zich in de ziel van een sportman afspeelt, al zo veel dieper gegaan waren dan de mijne.”

Praktische werken
Anno 2009 moet je over een reusachtige boekenkast beschikken, wil je alle titels kunnen huisvesten die sedert het pionierswerk van Joris van den Bergh zijn geschreven om de ziel van de sportman/ -vrouw beter te begrijpen. Het zijn veelal praktische werken van voornamelijk buitenlandse specialisten als John Syer (Sport en psyche) en Willi Railo (Willing to win). “Als u voelt dat uw spanning u te veel wordt, is de volgende stap de vraag: ‘Waar voel ik de spanning?’ Zoek dan uit welke gedeelten van uw lichaam gespannen zijn.”

De betreffende auteur John Syer gaat met zichzelf in dialoog, als hij op het punt staat zich te wagen aan een ijzingwekkende afdaling. “Geef je angst eens een getal tussen de een en de tien. Zonder ook maar even te aarzelen, antwoord ik: ‘Tien.’ Maar je kijkt helemaal naar de bodem van de helling. Hoe bang ben je om van hier naar dat rotsblok te skiën? En hij (eigenlijk ik) wees naar een niet te ver verwijderd obstakel. ‘Nou, ongeveer vier op tien.’ Kun je dat aan? ‘Ja’, zei ik, en ging op weg.”

Het gaat in alle boeken om termen  als visualisatie, communicatie, ontspanning, bewustwording, angsten beheersen, teamgeest, attitudes en motivatie. Willi Railo, een Noorse sportpsycholoog die wereldtoppers als Grete Waitz en Ingid Kristiansen de weg wees naar het oogste ereschavot, schrijft aan de hand van kinderlijke tekeningen recepten voor een onoverwinnelijke geest. Hij schuwt geen enkel onderwerp zoals ‘het recht om te falen’, maar reserveert ook ruimte voor een flinke portie humor onder het mom van: je kunt jezelf pas serieus nemen wanneer je geleerd hebt jezelf niet al te serieus te nemen.

Verlosser
Pionier Ted Troost heeft de topsport de rug toegekeerd, doodmoe van alle vooroordelen. “Ik werd een kruising genoemd tussen Raspoetin en Onze-Lieve-Heer. Vreselijk toch?” De Lieve-Heer moet hem hebben voorbestemd om de sport te sturen, het kan niet anders met die naam. Vips als Van Basten, Van Gennip, Cruijff, Krajicek, maar ook Pim Fortuyn, zochten Troost en vertrouwden hem hun diepste geheimen toe. Ze kregen vleugels in de behandelkamer van de verlosser. De haptonoom luisterde, voelde, streelde, kraakte en nam desnoods iemand op schoot. Het bedrijfsleven maakte later dankbaar gebruik van zijn diensten, geperfectioneerd in de wereld waar grenzen gezocht en overschreden worden. Troost deed wat uitvoerig was beschreven in de bestseller Mysterieuze krachten in de sport. “Thans, na zovele jaren een studie te hebben gemaakt van de sport en de sportman, zeggen wij dat de geest van overheersende waarde is, dat het in de sport gaat om de psychische bijstand en de innerlijke krachten.” Was getekend, Joris van den Bergh, 1941.

Dit artikel werd gepubliceerd in ‘NLCOACH’, nummer 1-2010

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
1 Reactie op dit bericht

Praat mee en deel uw kennis en ervaring. Een foto bij uw reactie? Maak een gravatar aan op gravatar.com

  1. Lol hebben in je sport is het belangrijkste | Erikio's Blog
    [...] begeleiding. Aanvankelijk omdat hij te maken had met faalangstige sporters. Hij kwam in contact met Peter Blitz, een van de pioniers van de sportpsychologie.  Van Westen noemt hem ‘baanbrekend’ en [...]
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen