Papa is de beste coach, maar soms ook niet
Wie kent ze niet: de vaders, soms ook moeders, langs de kant van het sportveld die hun kroost coachen en sturen alsof er een gouden medaille te winnen valt. Vooral de coachende vader is veel gezien. Soms succesvol, maar vaak ook een bron van frustratie. Henk Vos, vader van wielrenster Marianne, hield bij de coaching van zijn dochter één ding voor ogen: “Het moest speels blijven. Ik heb haar nooit tot iets gedwongen.”
Henk Vos groeide als het ware met zijn dochter en de sport mee. “Ik was vroeger zelf wielrenner, had een amateurlicentie. Toen mijn zoon op judo ging, ging ik mee naar de club. Hij zwom veel, vond ik ook leuk. Toen hij negen was, wilde hij toch op wielrennen. Marianne is viereneenhalf jaar jonger en ging automatisch mee. Zat zij in het speeltuintje bij de club, terwijl mijn zoon zijn rondjes fietste. Ik was altijd al geïnteresseerd in coaching en heb toen mijn diploma’s gehaald.”
Vos zag direct het talent bij zijn dochter. “Maar ik heb altijd gezegd: als zij wil stoppen, dan kappen we ermee. Er mocht geen dwang zijn. Marianne en ik hebben tot voor kort onze eigen trainingsschema’s gemaakt. Dat ging altijd op gevoel. Als zij een dag niet wilde trainen, dan ging ze een dag niet trainen. Het kwam alleen bijna nooit voor.”
Door God uitgekozen
Van zoveel vrijheid zullen veel sportende kinderen hebben gedroomd. Hun fanatieke ouder was wél een probleem. Tiger Woods stond vanaf zijn vierde levensjaar op de golfbaan en toen hij op zeventienjarige leeftijd zijn eerste grote toernooi won, stond vader Earl met tranen in zijn ogen de pers te woord. De wereld kreeg een uniek kijkje in zijn geest. “Vergeef me alsjeblieft,” stamelde hij, “maar soms word ik erg emotioneel… als ik over mijn zoon spreek… Mijn hart vult zich met… zoveel vreugde als ik me realiseer dat deze jongeman in staat zal zijn om zoveel mensen te helpen… De wereld zal een betere wereld worden door zijn aanwezigheid… Ik speel een bescheiden rol, namelijk dat ik persoonlijk door God ben uitgekozen om deze jongeman op te voeden en te verzorgen tot het moment waarop hij zijn bijdrage aan de mensheid kan leveren. Dit is mijn schat, alsjeblieft aanvaard het en gebruik het met wijsheid. Dank u.”
Immer aanwezig
Ouders en hun talentrijke kroost, het is een bron voor mooie en lelijke verhalen in de sport. Het zijn vooral de vaders die de rol van coach, motivator, adviseur, manager et cetera op zich nemen. Moeders zijn een uitzondering.
Hingis’ moeder Melanie Molitor was zelf een tennisster. Van jongs af aan werd de kleine Martina – natuurlijk vernoemd naar Martina Navratilova – klaargestoomd voor een leven als tennisprof. Toen ze twee jaar oud was, drukte mama haar voor het eerst een racket in handen. Met haar immer aanwezige moeder op de tribune, bestormde de kleine Martina in razendsnel tempo de weg naar de top in het vrouwentennis. Ze was veertien toen ze haar debuut in het professionele circuit maakte. Op haar zestiende won ze de Australian Open, en in maart 1997 werd ze de jongste nummer één in de geschiedenis van het vrouwentennis. Dankzij mama Melanie. Of Martina’s definitieve afscheid van het tennis alleen met blessures, of toch ook met de belastende druk van haar moeder te maken had, heeft ze (nog) niet verteld.
Loskomen
Voor vaders, moeders, sporters én coaches die zich willen verdiepen in het fenomeen ‘coachende ouder’ is Los verplichte kost. Judoka Dennis van der Geest schetst in zijn biografie zijn worstelingen om zich onder het juk van vader en coach Cor van der Geest uit te werken. “De kwaliteit van Cor is dat hij iemand heel goed in een richting kan duwen”, zegt Dennis in het boek. “Zijn handicap is dat hij die persoon met een vinger aan zijn mouw blijft vasthouden. Ik moest daarvan loskomen. Maar dat was niet gemakkelijk, want ik was de enige in Kenamju (de sportschool van de familie Van der Geest) die daarover zijn mond opentrok.” Van der Geest dacht veel na over zijn rol als ‘zoon van’. “Ik ging de mat op met de gedachte dat er prestaties van mij werden verlangd en wilde mijn vader, de gedreven coach, plezieren door wedstrijden te winnen.”
In dat laatste zit een belangrijk risico voor coachende ouders en hun kinderen. In het geval van Van der Geest heeft die drijfveer – pa een plezier doen – iets opgeleverd. Dennis van der Geest won kampioenschappen, medailles en dus is er vervulling. Maar als de prestaties achterblijven bij de verwachtingen, kan de vader-zoonrelatie voor eeuwig kapot worden gemaakt. Voorbeelden te over. Onthoud de naam Kateryna Zubkova, zwemster uit. Wie haar naam googlet vindt een filmpje waarbij zij door haar vader, Mikhail Zubkov, wordt geslagen na een matige prestatie bij het WK zwemmen in Melbourne. Vader Zubkov kreeg van de Australische politie een omgangsverbod opgelegd.
Kinderbescherming
Dichter bij huis was tennisser John van Lottum overgeleverd aan de luimen van zijn vader. In het tv-programma Vaders en Zonen schetste de inmiddels gestopte Van Lottum het klassieke beeld van een tirannieke vader die zijn zoon naar grote hoogte wil stuwen. Na een minder optreden werd zoon John door zijn vader in de garage naast het huis onder handen genomen. Vader Chris van Lottum: “Toen dacht ik opeens: hij moet hier weg, anders krijg ik de kinderbescherming achter me aan en beland ik in de gevangenis.”
Henk Vos bekeek de uitzending met Van Lottum met enige afschuw. “Ik heb ze jarenlang gezien, types als Van Lottum. Ik was trainer van de club van Marianne en had ook anderen onder mijn hoede. Als we dan leuk hadden getraind, kreeg ik de klacht dat er niet hard genoeg was gewerkt. Hoorde ik later dat papa er nog een training achter de brommer aan vast had geknoopt. Ik kan een boek vol schrijven over die types.” Die ‘types’ vroegen hem om tips, vooral toen bleek dat zijn Marianne goed kon fietsen. “Dan zei ik: ‘Jullie luisteren toch niet naar me.’”
Project
Henk Vos denkt lang na voordat hij uitlegt wat de vóórdelen zijn van een vader als coach. Dan: “Het is betrokkenheid, er is direct contact met je pupil en je kent elkaar door en door. Je bent in ieder geval geen buitenstaander.”
De woorden van Petr Krajicek, vader van Richard en Michaëlla, bevestigen deze stelling, maar werpen er ook een ander licht op. “Voor een coach is dat kind zijn job, zijn project. Wij, mijn vrouw Pavlina en ik, zouden voor Mischa willen sterven, uit het raam willen springen. Nou, dat doet niemand anders hoor.”
Petr Krajicek werd bekend als ‘vader van’ toen zoon Richard een buitengewoon Nederlands tennistalent bleek. Richard vertelde dat hij in zijn jeugd zó door zijn vader op zijn huid was gezeten, dat hij, toen het moment van zelfstandigheid zich aandiende, alle banden met hem verbrak. “Ik had een slechte relatie met hem”, aldus Richard in zijn autobiografie Harde ballen. “We hadden niet eens contact. Voor mij was dat destijds het beste. Het was mijn manier om volwassen te worden.”
De band tussen Petr en Richard Krajicek werd uiteindelijk hersteld, en zoonlief keek ook naar zijn eigen rol in die jaren. “Ik zag laatst videobanden van mezelf op twaalfjarige leeftijd. Ik dacht dat ik toen heel goed was. Nou, dat viel wel mee.” Met John van Lottum en zijn vader liep het wat minder goed af. Van Lottum junior: “Die coachende ouders denken: vandaag gezegd, morgen vergeten. Maar dat geldt niet voor het kind. Dat loopt een deuk op. Mijn vader en ik hebben het uitgesproken, maar het wordt nooit meer echt vader en zoon.”
Terug in de mand
Die unieke relatie kwam ook bij vader en zoon Van der Geest in gevaar. “Ik heb heel vaak moeten aanhoren dat ik niet kan knokken”, schrijft Dennis in zijn boek. “Niet alleen mijn vader dacht er zo over, mijn hele omgeving.” Het beeld dat Van der Geest van zichzelf schetst staat hevig in contrast met zijn stoere, stevige uitstraling. Het blijkt een ware piekeraar, iemand met faalangst, eigenlijk een angsthaas. En dat is alles wat vader Van der Geest niet is. “Ik coachte vaak negatief, omdat ik het zo graag wilde voor die jongen. Hij kreeg het op de mat niet voor elkaar en dat deed me pijn.”
Het beeld is niet moeilijk op te roepen. Een zoon die bang is voor zijn tegenstander en bang is om af te gaan. En een vader die wil stimuleren, aanmoedigen, oppeppen en die met zijn geschreeuw het tegendeel bereikt. Dennis van der Geest: “Cor hecht aan diepgaan, niet opgeven. Maar als kind had ik al twijfel aan het ‘vechtersverhaal’. Hard trainen, kapot gaan en jezelf doodvechten waren de voorwaarden om kampioen te worden. Maar daar geloofde ik niet in.”
Dieptepunt van de samenwerking is de periode rond de Olympische Spelen van Sydney in 2000. Van der Geest faalt daar volledig en ook een jaar later bij het EK gaat het mis. Vader Cor verklaart daarna in de pers: “We moeten remmen, stoppen, keren en terugrijden en een andere weg kiezen. Het zit niet goed met hem. (…) Misschien is de chemie tussen ons wel uitgewerkt. (…) Het zou handiger zijn als Dennis een Koreaan zou zijn. Want Koreanen luisteren tenminste.”
Het mooie aan Los is dat het proces van vallen en opstaan van de familie Van der Geest er minutieus in beschreven wordt. Het blijkt dat Dennis steeds vaker probeert om zijn eigen oplossingen te kiezen. Maar dat hij ook steeds weer door zijn omgeving ‘terug in de mand’ wordt getrokken. Vader Cor is zo wijs om een sportpsycholoog bij het proces te betrekken. Een eerste stap om zijn zoon op eigen benen te laten staan.
Vrijheid
Met de hulp van sportpsycholoog Jan Looman blijft zoon Dennis op de koers die hij zelf heeft uitgestippeld. De resultaten worden steeds beter en als hij wordt uitgeschakeld voor een gouden plak bij de Olympische Spelen in Athene, vindt er kort daarna een veelzeggende dialoog plaats. Van der Geest moet via de herkansingen proberen alsnog een bronzen plak te veroveren, maar na een korte rustpauze voelt hij zich daar allerminst toe in staat. “Ik heb geen zin”, bekent hij zijn vader. Die antwoordt: “Doe het voor mij.” Dennis zegt: “Dat zou een optie kunnen zijn.” Niet langer lijkt hij te zwichten onder de druk van zijn vader. Er is een vrijheid om zelf te kiezen.
“De weg die wij hebben gevolgd,” meldt Van der Geest “is de weg die ieder mens zou kunnen volgen. Loskomen van de remmende invloed van familie en achtergrond, liefst met het behoud van een goede relatie met hen. Je eigen kracht, je eigen weg vinden en ervoor zorgen dat je een gegeven talent helemaal ontplooit.”
Het zijn mooie woorden en als Dennis in 2005 wereldkampioen wordt, lijkt het allemaal niet voor niets geweest. Psycholoog Looman vat de les als volgt samen: “Talentontwikkeling zou moeten beginnen met de wetenschap bij trainers dat ze de talenten laten leren op een manier die bij hun persoonlijkheid past.” Ironisch dat het juist voor vaders en moeders zo moeilijk is die les in praktijk te brengen. Henk Vos voelde op een bepaald moment dat hij zijn dochter los moest laten. In de DSB-ploeg, waar ze nu deel van uitmaakt, is Thijs Rondhuis haar trainer. “Dat klikt goed”, zegt Vos senior. “De meeste coaches hebben het liefst geen ouder in de buurt, maar Thijs en ik zitten op dezelfde golflengte. Dat is belangrijk, want je blijft natuurlijk wel de vader. Afstand nemen van je dochter is lastig.”
Gevraagd naar de ideale coach-ouderverhouding zegt Vos: “Je moet er zo normaal mogelijk mee omgaan. En er moet plezier zijn. Vooral dat laatste. Jouw kind moet kunnen genieten, maar jij, als ouder, ook. Dat laatste vind ik een goede graadmeter of je wel gezond bezig bent.”
Dit artikel werd in juni 2008 gepubliceerd in ‘Coachen’.

Praat mee en deel uw kennis en ervaring. Een foto bij uw reactie? Maak een gravatar aan op gravatar.com