Burn-out, snelweg naar de overspannenheid

‘Wie RSI heeft of overspannen is, waant zich een watje’ Eind september 2005 werd de werkgever van een 57-jarige arbeidskracht die op psychische gronden belandde in de WAO veroordeeld tot een schadevergoeding van zeventigduizend euro. Genoegdoening voor het slachtoffer, maar belangrijker nog is dat de rechter met die uitspraak vaststelde dat burn-out een beroepsziekte is. Het opent perspectieven voor werknemers bij een baas die niet voldoet aan z’n zorgplicht.

“Deze uitspraak geeft de burger moed,” stelt Jan de Jong tevreden vast. “Vastgesteld is nu dat het gaat om een beroepsziekte. Daarnaast wordt door deze uitspraak voor het slachtoffer de bewijslast lichter.” De schaderegelaar van het Bureau Beroepsziekten van FNV spande de zaak aan van de 57-jarige werknemer die was afgebrand na tien jaar structureel overwerken. Vijftig weken per jaar was de man wekelijks vijftig tot zestig uur in touw. Bij hem thuis hing een planbord in de gang en ’s avonds, ’s nachts en in de weekeinden was hij ook nog inzetbaar. Verwonderlijk is het dus niet dat de rechter, toen de man in de WAO belandde, zijn werkgever veroordeelde tot een schadevergoeding. De Jong stelt vast dat bovenstaande rechterlijke uitspraak op een voor zijn bureau belangrijk moment komt.

Met ingang van 1 januari 2006 werd de WAO vervangen door de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) waarna het door de regering onbetaalbaar geachte huidige stelsel alleen nog van toepassing is op hen die nu een WAO-uitkering krijgen. Volgens voormalig minister De Geus van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betekende het een besparing van 1,7 miljard euro per jaar. Dat betekent inperkingen, bijvoorbeeld voor werknemers die hun taken niet meer kunnen vervullen op basis van psychische problematiek.

De wet bestaat uit twee delen: de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Ten aanzien van de laatste groep wordt bestaat de specificatie dat een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als hij niet meer dan twintig procent van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en ook niet meer beter kan worden”.

Overspannenheid, RSI en burn-out

De Jong heeft ervaren dat in de sportwereld zeer terughoudend wordt gereageerd als het onderwerp burn-out ter sprake komt. Onderzoek over dit specifieke terrein is in Nederland niet voor handen. “In Engeland is wel onderzoek gedaan, met name trainers bleken last te hebben van burn-out. Met soms dramatische gevolgen.” De schaderegelaar durft wel de uitspraak aan dat je burn-out onder sporters weinig tegenkomt. “Ze hebben een krachtige mentaliteit anders zouden ze nooit zover zijn gekomen.”

Sportpsycholoog Rico Schuijers onderschrijft die mening. “Sporters lijden soms wel aan overtraining, maar bestrijden die effectief met een niveaumove.” Dat sportcoaches wel te maken kunnen krijgen met een burn-out, weet hij uit ervaring. Een bondscoach en tegelijkertijd hoofd opleidingen van een sportbond waar het een rommeltje was, moest op basis van die klacht stoppen met zijn werk. Zowel in zijn veldwerk als bij de administratieve afhandeling had hij problemen. ‘Snelweg naar de overspannenheid,’ noemde De Volkskrant burn-out in haar artikel over de hierboven aangeduide zaak. “Chronische stress gaat geleidelijk over in een staat van constante paraatheid, waardoor iemand niet meer kan ontspannen en dus ook niet meer tot rust kan komen.”

Die korte samenvatting van het ziektebeeld heeft het nadeel dat de geleerden niet helder hebben vastgesteld of burn-out leidt tot overspannenheid of omgekeerd. “Ik heb er kortgeleden nog stevig over gediscussieerd,” zegt Schuijer. “Mensen die problemen hebben op dit terrein zullen eerder spreken van burn-out – wat staat voor ‘te fanatiek’ – dan van overspannenheid omdat dat betekent dat je de zaken niet aankunt. Zoals patiënten bijvoorbeeld ook bij symptomen van RSI (Repetitive Strain Injury) liever spreken over burn-out, anders ben je een watje.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

In een verwante zaak die Sportwerk in juni 2003 aansneed vanuit het gezichtspunt van de ‘Rechtskundige Bijstand’ valt de term overspannenheid wel. Daar ging het over de competitieleider van een sportbond wiens taken na het aantreden van een nieuwe directeur op het bondsbureau enorm werden verzwaard. Aan zijn bezwaren werd geen aandacht besteed en van functioneringsgesprekken was geen sprake. Toen de man maandenlang ook nog het werk van een zieke collega moest overnemen, ging het mis. De directeur verweet hem ‘slecht functioneren’ en liet mondeling weten van hem af te willen. De zaak eindigde voor de kantonrechter. Gesteund door de juriste van FNV Sport werd de competitieleider in het gelijk gesteld en kreeg op basis van de zogenoemde kantonrechterformule zeven maandsalarissen mee. Maar in het hier genoemde artikel werden ook soortgelijke zaken belicht waarin de werknemer in het ongelijk werd gesteld. “Niet altijd is de baas de schuldige,” luidt de verklaring van De Jong. “Er is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Als er maar nooit wordt vergeten dat tussen werknemer en werkgever een groot verschil bestaat in machtspositie.”

Fijngewreven

Het zijn vooral werknemers die de middenposities bekleden die kwetsbaar zijn voor burn-out, diept Jan de Jong op uit zijn ervaringen. “Vaak hebben ze te maken met onduidelijke taakeisen en met een spanningsveld ten aanzien van de belangen. Ze worden vaak fijngewreven tussen de staf boven en de werkers onder hen.” In de sportwereld laat die situatie zich vertalen in bestuur aan de bovenkant met aan de onderkant de sporters. De coach verkeert op de middenpositie daartussenin. Maar het is moeilijk om die vergelijking te handhaven in bijvoorbeeld de wereld van het Nederlandse topvoetbal waar de bestuursleden nogal eens onbezoldigd functioneren terwijl de werkers op het (arbeids)veld beschikken over een miljonairsstatus. Zo’n vijfentwintig procent van het totale ziekteverzuim in ons land is van psychische aard. Zo’n tien procent van de werknemers zou lijden aan emotionele uitputting. In Amerika zou bij één op de drie werknemers sprake zijn van een burn-out proces. In het boek “Ik ben niet meer vooruit te branden” van Mittendorp en Van der Pool waaraan bovenstaande cijfers zijn ontleend, wordt vastgesteld dat burn-out vooral ‘enthousiaste, hardwerkende en gemotiveerde werknemers’ treft.

“In andere Europese landen gebruikt men betere regels op dit terrein,” kritiseert schaderegelaar De Jong. Nederland doet in een aantal gevallen minder dan waarvoor is getekend. De zorgplicht van werkgevers in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek is afdoende omschreven. Dat de werkgever in de zaak waarover we het hier hebben is veroordeeld, is dan ook terecht. “Er is niets gedaan om de onbehoorlijke werksituatie van de man te veranderen.”

 

Dit is een aangepaste versie van een artikel dat in december 2004 werd gepubliceerd in ‘Coachen’.

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen