Adviezen aan de moderne coach
Mental coaches ondersteunen de trainer/coach bij de mentale begeleiding van een sporter of team. En maken hem of haar bewust van het eigen aandeel daarin. Welke adviezen zouden Hardy Menkehorst en Rico Schuijers de ambitieuze, moderne coach willen geven?
“Een coach moet delegeren, vertrouwen geven”
Hardy Menkehorst verzorgt sinds 1986 mentale training voor topsporters en topsportteams op internationaal en olympisch niveau. Daarnaast is hij actief als opleider van bondscoaches en trainers op het gebied van mentale training. De verbintenis met sport vloeit voort uit een carrière als volleyballer op het hoogste niveau in Nederland en als trainer van teams uit de Nederlandse eredivisie volleybal.
“Zorg als coach dat je in een uitstekende conditie bent! Zeker voor coaches die op grote toernooien actief zijn, die dag in dag uit scherp moeten zijn, is een goede conditie cruciaal. Onder invloed van vermoeidheid neemt het beoordelingsvermogen af en wordt adequaat reageren moeilijker.
Daarnaast is het belangrijk dat een coach zijn emoties de baas is. Stel, je doet met twee sporters mee aan een toernooi of wedstrijd. Van de ene atleet verwacht je veel, van de andere weinig. Op het moment dat beide sporters slecht presteren, krijg je bij degene van wie je veel verwachtte een heftigere emotie dan bij degene van wie je minder hoge verwachtingen had. Logisch. Maar het is als coach belangrijk om te weten hoe je reactie in zo’n situatie overkomt. Hoe uit je je? Wat is gepast? Dat betekent niet dat je een spel moet spelen, wel dat je je professioneel opstelt. Je moet je eigen authentieke reactie kanaliseren op een wijze die gunstig is voor de sporter waar je mee werkt. Het gaat immers om hem en zijn prestaties, niet om jou.
In navolging van de nadruk die Charles van Commenée daar de voorbije jaren op heeft gelegd, zijn coaches zich bewuster geworden wat het betekent om professioneel coach te zijn en welke taken daarbij horen. Maar ze beschikken nog niet altijd over de juiste vaardigheden. Coaches zijn steeds meer managers die specifieke taken uitbesteden; tegelijkertijd moeten ze over de knowhow beschikken om te kunnen beoordelen of de aan de staf toegevoegde specialist waarmaakt wat hij of zij belooft.
Een coach moet delegeren, vertrouwen geven, en dat vertalen in opdrachten en taken. Uit het recent opstappen van Van Basten blijkt dat dit niet altijd eenvoudig is. Van Basten moest onderkennen dat het dagelijks werken met een team meer vraagt dan inhoudelijk superieure kennis van het spel. En hoewel het in het geval Van Basten niet heeft gebaat, wens ik iedere coach toe dat hij zijn eigen staf kan samenstellen. Op die manier verzeker je je van maximale toewijding.
Bij de professionalisering van het vak hoort ook dat je je bewust bent van de rol die media spelen. Leg in het begin van het seizoen aan journalisten uit hoe je het contact wilt hebben, wanneer je wel en niet beschikbaar bent en maak daar afspraken over. Dat vergemakkelijkt de omgang en vergroot de waarde van het contact.
Uiteindelijk gaat het erom dat een coach zijn visie zo goed mogelijk kan uitdragen. Naar buiten toe, maar bovenal naar de mensen met wie hij werkt. Met visie bedoel ik niet: ik wil dat je twee centimeter hoger springt of drietienden sneller gaat. Visie betekent dat je uitlegt wat je met een sporter of een team wilt bereiken, dat je in discussie gaat over de manier waarop, en dat je je rol als coach toelicht. Vervolgens kan het gaan over hoogte, lengte, snelheid et cetera. Maar jouw visie op de ontwikkeling van een topsporter moet centraal staan.”
“Kies een werkgever die bij je past”
Dr. Rico Schuijers is sportpsycholoog. Hij is voorzitter van de Vereniging voor Sport Psychologie in Nederland en lid van de Managing Council van de International Society of Sport Psychology. Zijn dagelijks werk bestaat uit het trainen en begeleiden van topsporters, individueel of in teamverband. Schuijers werkt met meerdere nationale teams en individuen in diverse sporten die zich voornamelijk richten op de Olympische Spelen.
“Ik geef niet zoveel tips. Ik laat de sporters en coaches met wie ik werk meestal zelf de tips bedenken aan de hand van de inzichten die ik aanreik. Voorafgaande aan de Olympische Spelen waar hij goud won met zijn team, had ik een gesprek met waterpolocoach Robin van Galen. Na slechte resultaten op het WK betwijfelde hij of hij wel de juiste man was om zijn ploeg naar de Spelen te leiden. Ik reageerde niet inhoudelijk, maar antwoordde dat ik aan de manier waarop hij zijn twijfel ventileerde, kon zien dat hij het antwoord al had gegeven. Ik maakte hem bewust van de passie waarmee hij over zijn team sprak, waardoor voor hem helder werd dat hij over genoeg motivatie beschikte om verder te gaan.
Een coach moet zichzelf blijven. Alleen als je authentiek bent, kun je succesvol zijn. En om authentiek te kunnen zijn, moet je met teams en sporters werken die bij je passen. Er zijn genoeg goede coaches, maar veel van hen zitten bij verkeerde teams. Er zijn er maar een paar die altijd en overal een garantie zijn voor succes. Dan heb ik het over de Hiddinks van deze wereld. Maar meestal moet het klikken tussen club, team en coach. Voordat hij een contract tekent, moet een coach zich dus afvragen of de cultuur van de club en de samenstelling van de spelersgroep wel bij hem passen. Is het antwoord ja, dan moet hij ervoor zorgen dat het technisch beleid dat hij voor ogen heeft, wordt gesteund door de beslissers bij de club. Een volledig mandaat is vaak onmogelijk. Maar plannen en ideeën moeten kans krijgen uitgevoerd te worden, anders heeft zijn komst geen zin.
Eenmaal in dienst zijn er andere valkuilen waar je voor moet waken. De eerste is dat je niet te snel naar oplossingen moet zoeken. Bewaak het langetermijnbeleid, en stem daar je strategie op af. Tweede valkuil is het maken van fouten in de communicatie. Het komt nog vaak voor dat sporters als ‘materiaal’ worden gezien en dat belangrijke beslissingen niet of nauwelijks worden gecommuniceerd en toegelicht. De derde valkuil is de neiging om alles zelf te willen doen. Dat zie je terug bij de controlfreaks onder de coaches: zij hebben moeite met dokters, fysiotherapeuten, sportpsychologen en andere begeleiders. Dat staat haaks op de basiskwaliteit die van de moderne coach wordt gevraagd: dat hij een manager is, leider van een begeleidingsteam van experts. Managementvaardigheden zijn daarbij essentieel. Heeft hij die niet, dan moet hij ze zich eigen maken.
Daarnaast moeten coaches openstaan voor mentale begeleiding en mentale training. In veel sporten is daar nauwelijks aandacht voor. De basisfilosofie is dat mensen worden geboren op een bepaalde manier en dat dit niet ontwikkeld kan worden. Eenmaal zwak in de kop, altijd zwak in de kop. Kwaliteit wordt in die wereld verklaard in termen van ‘ervaring’ en ‘intuïtie’. Maar als je dertig jaar ervaring hebt en je hebt dertig keer dat ene jaar herhaald, dan doe je al dertig jaar iets niet goed. Je moet wel leren van je ervaring.”
Dit artikel is een bewerking van het artikel ‘Tips voor de coach’ uit ‘NLOACH’, nummer 2-2009.
