Liesblessures

De term liesblessure is een verzamelnaam voor pijnklachten in de liesstreek. De oorzaak van die klachten wordt door deskundigen verschillend beoordeeld en ook de behandeling is niet eenduidig. Sportarts Han Inklaar en osteopaat Dick van de Stappen geven hun uiteenlopende visie.

“Bij pijn in de liesstreek wordt vaak gedacht aan een blessure van de aanvoerende beenspieren (adductoren), maar die pijn kan naar veel meer oorzaken verwijzen.” Han Inklaar is voormalig sportarts van de afdeling Sportgeneeskunde van het Sportmedisch Centrum van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) spreekt daarom liever niet over dé liesblessure. Inklaar benadrukt de complexiteit van de liesblessure. “Pas als je weet welke spieren en/of pezen bij de blessure betrokken zijn of dat er wellicht een anatomisch probleem is, kun je gericht gaan behandelen. Goed doorvragen en een uitvoerig lichamelijk onderzoek brengen de sportarts of fysiotherapeut dichter bij de oorzaak van de klachten.”

De spieren die direct betrokken zijn bij de liesblessure blijken in de meeste gevallen de spieren die het been van buiten naar binnen bewegen. Deze aangedane adductoren zijn zeer gespannen, vaak hard en voelen gezwollen aan. Masseren helpt niet, want de spanning blijft en komt snel terug. De pezen van deze spieren vinden hun oorsprong aan de onderzijde van het schaambeen (het os pubisramus inferior’). De pezen van de lange en de korte aanvoerende beenspieren zijn verantwoordelijk voor de ontsteking die bij een liesblessure nogal eens wordt aangetroffen. Met name bij duursporten waaronder hardlopen, explosieve sporten zoals volleybal of zaalsporten waarbij veel zijwaarts wordt bewogen of gedraaid, komt de liesblessure relatief vaak voor. Voetbal is de tak van sport waarin liesklachten tot de meest voorkomende blessures behoren.

Hoofdoorzaken

De oorzaak van liesblessures legt Inklaar niet bij een gebrekkige warming-up of het dragen van onvoldoende beschermende kleding: “Deze factoren zijn ondergeschikt. Er is een veel duidelijker verband te leggen met de hoge intensiteit waarmee gesport wordt. Liesblessures komen dan ook duidelijk meer voor bij de hogere speelniveaus dan bij de lagere.” In grote lijnen zijn er volgens hem vier hoofdoorzaken van liesklachten aan te wijzen.

  • Chronische of acute overbelasting van de adductoren.

Bij een acute blessure is er vaak sprake van geweld van buitenaf: een verdraaiing of een botsing. Een chronische liesblessure ontstaat in de regel door het te snel opvoeren van de sportbelasting, eenzijdige bewegingen en een hoge intensiteit.

  • Bekkeninstabiliteit.

Bij een relatieve bekkeninstabiliteit is er sprake van een beschadiging van het kapsel en dat geeft pijn bij het bewegen. Onderzoek leert dat de buikspieren en de bekkenbodemspieren onvoldoende ontwikkeld zijn. Een belangrijke rol in de bekkenstabiliteit speelt de iliopsoas (voorste heupspier). Deze ontspringt vanuit de lendenwervels en het bekken en hecht zich vast aan de binnenzijde van het bovenbeen, net onder het heupgewricht. De iliopsoas maakt het mogelijk de heu­pen te buigen, de romp te buigen of de romp uit liggende hou­ding op te richten. Als de belasting ver­an­dert door andere schoenen of een andere ondergrond kan dit leiden tot een musculaire disbalans met bijvoorbeeld een liesblessure tot gevolg. Het versterken van buik- en bekkenbodemspieren vindt Inklaar dan ook belangrijk om deze klachten te voorkomen.

  • Ketenproblematiek.

In het geval van de zogenaamde ketenproblematiek zit de bewegingsbeperking in het heupgewricht. Deze beperking – een gevolg van anatomische slijtage – kan ontstaan door draaibewegingen van het heupgewricht. Hierdoor kan het sacro iliacaal gewricht (S.I.-gewricht, de verbinding tussen het heiligbeen en het bekken) in zijn functie gestoord worden. Dit kan leiden tot lage-rugklachten. De behandeling zal gericht zijn op het mobiliseren van het gewricht en functieherstel.

  • Ook de liesbreuk kan een oorzaak zijn van de liesblessure.

In dat geval kan een verstevigingsoperatie aan het lieskanaal uitkomst bieden. Inklaar wijst erop dat pijn in de lies ook kan ontstaan door een urineweginfectie, prostaatklachten of een zenuwinklemming. “Vanwege deze ruim uiteenlopende mogelijkheden is het zaak om in het eerste contact met de sporter goed door te vragen en een uitgebreid lichamelijk onderzoek te verrichten. Daarna kan de behandelroute worden uitgestippeld.”

Behandeling

De behandeling van een liesblessure vergt doorgaans enkele weken tot soms maanden. In het geval van een voetballer vindt er overleg plaats tussen voetballer en clubfysiotherapeut. Inklaar: “Zij bepalen in hoeverre de adviezen opgevolgd worden. Omdat prestatief ingestelde voetballers het liefst zo snel mogelijk weer willen voetballen, wordt er nog wel eens gegrepen naar ontstekingsremmers. Vanuit mijn professie sta ik negatief tegenover deze ‘brandbestrijdingsmethode’. Met het spuiten of slikken van ontstekingsremmers doet men niets aan de oorzaak, maar bestrijdt men slechts de symptomen. De voetballer ontvangt geen pijnsignalen meer, maar de liesblessure gaat niet over en uiteindelijk komt men alsnog langs de kant te staan. Het is daarom veel beter bij de eerste signalen een deskundig masseur of fysiotherapeut in te schakelen voor behandeling en hun adviezen op te volgen. Zij hebben met een korte, gerichte behandeling vaak snel effect. Vanzelfsprekend is beperking van de trainingsintensiteit geboden, evenals afzien van oefenvormen met explosieve draaimomenten en veel aanzetten voor sprints.”

Andere visie

Dick van de Stappen – osteopaat aan het ‘Instituut Tenniselleboog’ in Nijmegen – heeft een geheel andere visie op de liesblessure. “Pijnklachten in de liesstreek zijn niet het gevolg van problemen elders in het lichaam, maar hebben hun oorsprong in de liesstreek zelf,” deelt Van de Stappen mee. “In de behandeling die ik toepas, is het niet belangrijk om de oorzaak te kennen. Ik heb een standaardtherapie en die werkt. Massage heeft geen nut evenmin als het versterken van de buikspieren of rekken daarvan. Ook ijspakkingen, het voorschrijven van rust en het geven van een injectie helpen in de meeste gevallen niet. Dat komt doordat met deze maatregelen het gevolg en niet de oorzaak van de blessure wordt aangepakt. Bij de liesblessure wordt vaak een zenuw afgekneld of geïrriteerd. Het op lengte houden van de iliopsoas en het rekken van de lange en korte adductoren is wel van belang. Ik beveel aan om deze spiergroepen 6 à 8 maal per dag, gedurende één minuut statisch te rekken in de eindstand.”

Symptomen

Klachten bij een liesblessure:

  • pijn in de lies, vaak uitstralend naar binnenzijde bovenbeen;
  • in de beginperiode pijn na intensief sporten, later ook tijdens het sporten;
  • in de mid-fase wordt de pijn zelfs minder tijdens het sporten, maar treedt op tijdens rusttoestand;
  • het aangedane been in de richting van het andere been brengen verergert de pijn;
  • soms uitstraling naar onderbuik of genitaliën;
  • het gehele bovenbeen kan strak en hard aanvoelen als de liesblessure langer bestaat.

 

Dit is een gewijzigde versie van een artikel dat in augustus 2002 werd gepubliceerd in het blad Coachen.

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
2 Reacties op dit bericht

Praat mee en deel uw kennis en ervaring. Een foto bij uw reactie? Maak een gravatar aan op gravatar.com

  1. Jose Versteegen van Trijp
    De artikelen zijn zo duidelijk en zo herkenbaar. Wij doen er graag ons voordeel mee. Puntsgewijs kun je nagaan, wat voor jou of jouw sporter van toepassing is en handelen naar vermogen om te zorgen dat de klachten niet nog erger worden. Stuur dit bericht ook maar naar Robben
  2. Liesblessures: Oorzaak en behandeling | Losse Veter
    [...] lichamelijk onderzoek te verrichten. Daarna kan de behandelroute worden uitgestippeld.” Lees hier verder Gepost door: admin om 2:32u Categorie: Nationaal nieuws, Training & [...]
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht