Inspanningsastma en sportbeoefening
In vergelijking met andere jaren zag ik er dit voorjaar wel erg veel op mijn spreekuur. Wielrenners, voetballers, triatleten. Sporters die last hadden van kortademigheid of hoesten tijdens en na het sporten. Een zeer vervelende gewaarwording als je er de eerste keer last van krijgt. De klachten worden veroorzaakt door vernauwing van de luchtwegen, met als typische kenmerk dat het alleen tijdens inspanning gebeurt. Afhankelijk van de sporttak en het niveau van sportbeoefening komen dergelijke klachten bij 11 tot 50% van de sporters voor. Waaraan lijden deze sporters?
Twee soorten inspanningsastma
Klachten van kortademigheid en hoesten tijdens en/of na inspanning worden veroorzaakt door vernauwing van de luchtwegen, de bronchiën. Daarnaast kan er sprake zijn van een al dan niet door de sporter opgemerkte piepende ademhaling en pijn of beklemming op de borst. In de volksmond worden deze klachten vaak op een hoop gegooid en ‘inspanningsastma’ genoemd.
Medisch gezien zijn er echter twee verschillende soorten inspanningsastma, namelijk de echte inspanningsastma en de zogenaamde ‘inspanningsgebonden bronchoconstrictie’. Wat is het verschil? Bronchoconstrictie betekent niets anders dan vernauwing (constrictie) van luchtwegen (bronchiën). Het onderscheid tussen beide vormen inspanningsastma is medisch van belang omdat de achterliggende oorzaak verschillend is én consequenties heeft voor de behandeling.
Verschijnselen
Waarvan heeft de sporter last? De meest in het oog springende verschijnselen zijn kortademigheid na een korte intensieve inspanning. Deze kan zo heftig zijn dat de sporter de inspanning moet staken. De kortademigheid kan gepaard gaan met een piepende uitademing. Als de inspanning langer duurt, kan de sporter soms de benauwdheid overwinnen.
Andere klachten waarmee de sporter zich op het spreekuur meldt: hoesten tijdens of na het sporten, pijn bij het ademen en verminderd prestatievermogen. Vooral bij de laatste klacht ligt de relatie met luchtwegproblemen niet direct voor de hand. Bij sporters dient een arts echter altijd aan deze oorzaak te denken en verder uit te zoeken.
De 1500 meter kuch
De klachten treden voornamelijk op bij intensieve sportinspanningen. Dat kan zowel na korte als na langere belastingen zijn. Berucht is bijvoorbeeld de ‘1500 meter kuch’ bij schaatsers, of de kortademigheid na enkele intensieve sprints bij voetballers. Nadat de sporter de inspanning heeft gestopt, kunnen de klachten nog enige tijd aanwezig blijven, soms wel tot 1-2 uur na de inspanning. Bij deze klachten fungeert de inspanning als uitlokker van de vernauwing van de luchtwegen. Hoe intensiever de inspanning, hoe heftiger de klachten zullen zijn.
Belangrijk is het verder om te weten, dat mensen met overgevoeligheid van de bovenste luchtwegen eerder last van inspanningsastma kunnen hebben. In veel gevallen zal blijken dat er meer klachten van de luchtwegen bestaan, hoewel dat voor die persoon niet altijd als zodanig ervaren wordt. Veel voorkomende klacht is het chronisch hoesten (met name ’s nachts). Bij de mensen met astma is er ook altijd een onderliggende allergie, waardoor de luchtwegen vatbaarder zijn voor prikkels van buitenaf. Dit was dit voorjaar goed te merken op mijn spreekuren. Vele mensen die al jaren lichte allergie of hooikoortsklachten hadden, klaagden dit voorjaar ook over inspanningsastma als gevolg van de warme en droge weersomstandigheden.
Andere prikkels die tot vernauwing van de luchtwegen kunnen leiden, zijn onder andere kou, temperatuurswisseling, mist, rook, luchtverontreiniging, emoties en stress. Ook treedt die vernauwing vrij vaak op als de sporter een verkoudheid of griep heeft gehad. De luchtwegen zijn dan nog gevoelig, waardoor inspanning tot klachten kan leiden.
Hoe stel je de diagnose?
Over het algemeen kan een arts de diagnose van inspanningsgebonden vernauwing van de luchtwegen vrij eenvoudig stellen aan de hand van het verhaal van de sporter. Aanvullende onderzoeken zijn meestal niet nodig. Aanvullend onderzoek wordt vaak verricht om andere aandoeningen uit te sluiten of om onderliggende ziekten (bijvoorbeeld astma en allergie) te achterhalen.
Via een inspanningstest kan de arts inspanningsgerelateerde luchtwegvernauwing goed opsporen. Bij deze test dient de sporter een kortdurende (5-8 minuten) intensieve inspanning te leveren op een fietsergometer of loopband, waarbij de hartfrequentie minimaal 80-90% van de maximale hartfrequentie haalt. Voorafgaand aan de test wordt de longfunctie gemeten en na inspanning wordt deze meting elke 3 minuten herhaald. Indien de longfunctiewaarden na de inspanning fors dalen (meer dan 10-15%), is er sprake van inspanningsgebonden luchtwegvernauwing. Dit treedt meestal op 5-10 minuten na afloop van de inspanningstest, maar kan ook pas na 15-25 minuten geconstateerd worden.
Longfunctieonderzoek in rusttoestand kan aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van astma. De diagnose astma wordt gesteld als de zogenaamde reversibiliteittest positief is. Bij deze test krijgt de patiënt na de eerste longfunctiemeting een luchtwegverwijdend geneesmiddel toegediend. Na tien minuten wordt de longfunctiemeting herhaald. Als de longfunctiewaarde na toediening van het geneesmiddel fors is gestegen, is dit een bewijs voor de aanwezigheid van astma.
Preventie
De preventie van inspanningsastma bestaat vooral uit het verrichten van een goede, vrij intensieve warming-up van zo’n 15-20 minuten. Indien hierbij klachten ontstaan, kan verlaging van de inspanningsintensiteit het ‘running through’-effect mogelijk maken. Het nut van de warming-up ligt vooral in het opwekken van een zogenaamde ‘refractaire’ periode. Dit is een periode waarin de sporter min of meer ongevoelig is voor een astma-inducerende prikkel. De duur van deze periode bedraagt ongeveer 2 tot 3 uur.
Indien er sprake is van een allergische component of astma, kan een goede behandeling daarvan ook de inspanningsgebonden luchtwegvernauwing voorkomen. Verder dient de sporter uitlokkende factoren (smog, mist) zoveel mogelijk te vermijden. In het pollenseizoen zou hij bijvoorbeeld vooral ’s morgens moeten trainen.
Therapie
De behandeling van inspanningsgebonden luchtwegvernauwing bestaat uit het gebruik van een inhalatiegeneesmiddel dat de luchtwegen open houdt, een zogenaamd ß2-sympaticomimeticum. Dit medicijn inhaleer je 15-30 minuten voor aanvang van de sportactiviteit en beschermt zo’n 2-4 uur. Over het algemeen werkt dit medicijn beter bij sporters met inspanningsastma dan bij sporters met inspanningsgebonden bronchoconstrictie. Waarom dat zo is, is niet goed bekend.
Het is verder van groot belang om de onderliggende oorzaak goed te behandelen, opdat de kans op het optreden van inspanningsgebonden luchtwegvernauwing zo klein mogelijk is. Is er sprake van een allergie dan kan behandeling met antihistaminica zinvol zijn. Deze onderdrukken de allergische reactie. Bij heel ernstige allergie kun je met een spuitenkuur je gevoeligheid voor de veroorzakers van de allergie verminderen of uitschakelen. Dit wordt een desensibilisatiekuur of immunotherapie genoemd.
Heb je last van locale klachten, dan is locale behandeling meestal voldoende. Voor hooikoortsklachten zijn er diverse neussprays die de overgevoeligheidsreactie van het neusslijmvlies kunnen onderdrukken (o.a. Lumosol, Livocab, Rhinocort, Beconase) of oogdruppels om de oogirritatie te verminderen (zoals Opticrom, Visadron en Livocab).
Is er sprake van astma dan is behandeling met geneesmiddelen die geïnhaleerd moeten worden zinvol. Afhankelijk van de aard en de ernst van de symptomen kan behandeling met onder meer salbutamol, salmeterol, formoterol, budesonide, fluticason geïndiceerd zijn. De wedstrijdsporter dient zich wel te realiseren dat deze inhalatiegeneesmiddelen op de dopinglijst staan, en alleen gebruikt mogen worden als hiervoor dispensatie is verkregen.
Resumerend: inspanningsgebonden vernauwing van de luchtwegen komt bij veel sporters voor. Deze klachten kunnen zeer goed behandeld worden en hoeven geen belemmering te zijn voor een sportcarrière. Wel is het van belang om goed na te gaan welke factoren een rol spelen bij het optreden van de klachten en welke onderliggende oorzaak aanwezig is. Deze zaken bepalen het uiteindelijke advies en behandeling van de sporter.
Dit artikel werd in juni 2007 gepubliceerd in ‘Coachen’.

Praat mee en deel uw kennis en ervaring. Een foto bij uw reactie? Maak een gravatar aan op gravatar.com