Seksuele intimidatie: afhankelijkheid van pupil is een risicofactor

Seksuele intimidatie in de sport komt vaker voor dan menig trainer denkt. NOC*NSF registreert maandelijks een aantal gevallen, variërend van ongewenst aanraken en gluren tot verkrachting. Het vergt de nodige oplettendheid van trainers en coaches om risico’s te voorkomen. Maar dat is nodig om sporters een veilige sfeer te kunnen garanderen.

Rond seksueel misbruik zijn in het verleden enkele geruchtmakende zaken in de publiciteit gekomen. Nog regelmatig verschijnen berichten in de pers over trainers en coaches die beticht worden van ongewenste intimiteiten. Of er doen binnen de vereniging geruchten de ronde over begeleiders ‘die hun handen niet thuis kunnen houden’.

Seksuele intimidatie heeft ook een andere verschijningsvorm; sporters kunnen zich onprettig of onveilig voelen in een sfeer waar dubieuze grappen of pesterijen de ronde doen, zoals opmerkingen over het uiterlijk. Mensen die daar niet van gediend zijn, worden vaak het pispaaltje. De vraag is welke rol de trainer in dat proces speelt.

Trainers en coaches kunnen door alle publiciteit rond seksueel misbruik gaan twijfelen over hun eigen gedrag en de relatie met hun sporter. Waar ligt de grens tussen gedeeld enthousiasme en een onprettig ervaren omhelzing? Of tussen een duwtje in de rug en een klap op de billen? Het uitgangspunt is niet hoe de trainer het bedoelt, maar hoe de sporter het ervaart. Vaak is er een geleidelijke overgang, waarin de afhankelijke sporter het gedrag van de trainer steeds onprettiger gaat vinden. Op het moment dat de grens is bereikt, durft de sporter er – juist door die afhankelijkheid – niets over te zeggen.

Risicovolle omstandigheden

Op basis van ervaringen en gebeurtenissen in het verleden is er meer zicht gekomen op omstandigheden waarin seksueel misbruik kan ontstaan. De volgende vier aspecten brengen de nodige risico’s met zich mee:

  • Afhankelijkheid

Trainingsrelaties zijn vaak hecht, zeker als begeleider en sporter grote sportieve ambities delen en dus veel tijd met elkaar doorbrengen. De trainer of coach dient zich te realiseren dat er risico’s kleven aan dergelijke afhankelijkheidsrelaties. Aan seksueel misbruik van sporters gaat nagenoeg altijd een extreme afhankelijkheidsrelatie vooraf.

  • Machtsverschil

Bij seksuele intimidatie is altijd sprake van een machtsverschil tussen pleger en slachtoffer. De macht van de groep tegenover de eenling kan leiden tot pesterijen of intimidatie; een situatie waar de trainer altijd alert op moet zijn.

  • Ambitie

Sporters zijn het meest kwetsbaar als er veel op het spel staat. Zij verleggen voortdurend hun grenzen, ook mentaal. Een trainer zal zijn eigen grenzen duidelijk moeten vaststellen én bovendien sporters bewust moeten maken van hún grenzen.

  • Kwetsbaarheid

Plegers kiezen vaak een slachtoffer uit dat niet al te sterk in de schoenen staat, of weinig steun van anderen heeft. Mensen die ‘anders’ zijn, bijvoorbeeld vanwege hun afkomst, seksuele geaardheid of handicap vormen een kwetsbare groep. Wanneer kinderen of jongeren weinig vriendjes of vriendinnetjes hebben en bovendien een slechte relatie met de ouders, dan hebben zij weinig mensen om op terug te vallen. Een trainer/coach die er dan helemaal voor zo’n kind is, is alleen maar welkom. Maar als hij uiteindelijk grenzen overschrijdt is het voor een kind vreselijk lastig om er iets van te zeggen. Immers, het loopt dan het gevaar weer alles kwijt te raken. Bedenk ook dat kinderen meestal nog weinig over seksualiteit weten en nog niet in staat zijn om hun grenzen aan te geven.

Kijk kritisch!

Uit de verhalen van slachtoffers is wel duidelijk geworden, dat het om vaak zeer ingrijpende ervaringen gaat, die het plezier in de sport volledig kunnen verwoesten. Er wordt wel gesproken van ‘een levenslange blessure’. Een doelgerichte aanpak om seksuele intimidatie te voorkomen, vraagt van trainers en coaches dat ze kritisch naar de manier waarop mensen binnen de vereniging met elkaar omgaan. Hoe serieus neem je het bijvoorbeeld als een sporter – schijnbaar tussen neus en lippen door – zegt dat je collega-trainer – voor wie je je hand in het vuur zou durven steken – wel erg opdringerig wordt? Om te voorkomen dat er pas ingegrepen wordt bij incidenten is het belangrijk het onderwerp in trainingsgroepen of met de sporters met wie je intensief omgaat ter sprake te brengen, zonder dat daar een directe aanleiding voor is. Laat de jeugdsporters maar in alle openheid vertellen hoe zij zich tegenover hun trainer voelen. Onderzoek bijvoorbeeld eens wat vrouwen ervaren als ze samen met mannen sporten. Belangrijk is dat er een open sfeer heerst, waarin een serieus gesprek mogelijk is en het probleem niet afgedaan wordt als iets dat “in onze trainingsgroep of vereniging niet voorkomt”.

Feiten en cijfers

Het NOC*NSF meldt dat er jaarlijks tachtig tot honderd gevallen van seksuele intimidatie gemeld worden binnen een waaier van twintig verschillende takken van sport. In zeventig procent van die gevallen is het slachtoffer een vrouw. De klachten lopen uiteen van niet-functionele aanrakingen (zoals kussen en knuffelen) tot aanranding, verkrachting en langdurig seksueel misbruik. In deze laatste drie categorieën zijn de slachtoffers vaak jonger dan zestien jaar oud. In bijna alle gevallen van seksuele intimidatie wordt een mannelijke begeleider als schuldige aangewezen door de slachtoffers.

Meldpunt

De Nederlandse sportwereld besteedt al een aantal jaar aandacht aan seksueel misbruik. NOC*NSF heeft een telefonisch meldpunt waar slachtoffers en getuigen terecht kunnen. Ook mensen die beschuldigd worden van misbruik of twijfels hebben over hun eigen gedrag kunnen er terecht. Het meldpunt kan doorverwijzen naar een van de NOC*NSF vertrouwenspersonen en adviseurs, waarop iedereen gratis beroep kan doen. Het zijn mannen en vrouwen die goed thuis zijn in de sport en getraind zijn om goed te luisteren en waar nodig advies te geven. Op het moment dat er melding wordt gemaakt van seksuele intimidatie schakelt het NOC*NSF een vertrouwenspersoon in die in de buurt van het slachtoffer woont. Deze zogenaamde ‘ambulante dienstverleners’ fungeren niet alleen als gesprekspartner, maar ook als hulp indien er sprake is van rechtsgang.

Er wordt tegenwoordig ook steeds meer gedaan aan preventie in plaats van alleen het oplossen van gesignaleerde problemen. In juni 2009 opende de toenmalige minister van Jeugdzaken André Rouvoet de nieuwe website www.inveiligehanden.nl, gericht op het voorkomen van seksueel misbruik in het vrijwilligerscircuit. Ook het NOC*NSF is preventief bezig. Zo wordt het sportverenigingen waarschijnlijk verplicht gesteld om een vertrouwenspersoon aan te wijzen, en dienen coaches ook een officiële verklaring van goed gedrag in het bezit te hebben. Op die manier hoopt het nationale sportinstituut niet alleen de meldingen, maar ook de nog onzichtbaar blijvende gevallen terug te dringen.

Dit is een gewijzigde versie van een artikel dat in maart 2004 werd gepubliceerd in het blad Coachen.

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht