Meten is weten

Jaarlijks lopen circa anderhalf miljoen Nederlanders een sportblessure op. Om dat aantal omlaag te brengen, heeft TNO het informatie- en registratiesysteem BIS ontwikkeld. Dit systeem brengt het soort en het aantal blessures in kaart en helpt bij het nemen van preventieve maatregelen.

“Het zou natuurlijk raar zijn als de overheid enerzijds mensen aanspoort om meer te gaan bewegen, en anderzijds nauwelijks kijkt naar de ongezonde gevolgen daarvan: de toename van blessures”, zegt Janine Stubbe, namens TNO projectleider van het Blessure Informatie Systeem (BIS). Daarmee verwoordt ze het motief van dezelfde overheid (het Ministerie van VWS) om in 2004 TNO opdracht te geven voor het opzetten van een sportbreed blessureregistratiesysteem.

Grote verschillen

BIS is een blessureregistratie en -informatiesysteem dat richting kan geven aan de preventie van sportblessures door verenigingen, sporters en sportbonden. Het wordt sinds 2004 in samenwerking met de betrokken bonden, een groot aantal sportverenigingen en NOC*NSF toegepast in een toenemend aantal sporten. Tot 2008 werd alleen een specifiek blessureprofiel opgesteld voor hardlopen, hockey, schaatsen, voetbal, paardrijden, volleybal, tennis, fitness en korfbal. Dit jaar werden badminton, skaten, wielrennen, mountainbiken, squash, skiën, snowboarden, dansen, gymnastiek, turnen, judo, jiujitsu, zaalvoetbal en zwemmen aan dit lijstje toegevoegd.

Een groot deel van het onderzoek is retrospectief. Dat wil zeggen dat de betrokken bonden, clubs of sporters wordt gevraagd welke blessures zich in de afgelopen periode van drie maanden hebben voorgedaan. Bij drie bonden zijn de blessures prospectief geregistreerd. In dat geval meldt de trainer, coach, arts of fysiotherapeut de blessure en de aard ervan op het moment van ontstaan. Als de blessure verholpen is, wordt dat opnieuw gemeld. In beide gevallen wordt de ingevoerde informatie opgeslagen in een database en via de website direct teruggekoppeld naar de verenigingen. Daarbij kan elke vereniging zich spiegelen aan het algemene beeld. Via de website wordt ook informatie aangeboden over blessures, behandeling en preventie. Het prospectieve en meest betrouwbare en waardevolle gedeelte van het onderzoek is de afgelopen jaren gedaan in het voetbal, korfbal en hockey. Opvallend zijn de grote verschillen in het aantal blessures per duizend uren sport: voetbal telt bijvoorbeeld 1,3 gevallen, hockey 0,8 en korfbal 1,4.

The magnificent 11

Behalve de verschillende blessurekansen per sport, wordt met BIS ook duidelijk wat de invloed is van factoren als het niveau, training of wedstrijd en junior of senior. Ook tussen de verenigingen doen zich interessante verschillen voor, zo bleek met name na analyse van de gegevens van 28 betaaldvoetbalorganisaties die in 2007 op verzoek van de KNVB prospectief hun blessures bijhielden en meldden op de website. Dit najaar worden de betrokken clubs uitgenodigd voor een door TNO georganiseerde workshop, die als doel heeft de verzamelde data te evalueren en te kijken wat de oorzaken van die verschillen zijn. In een later stadium krijgen diezelfde voetbalclubs mogelijk te maken met een ander vervolg op de blessurerapportage van TNO.

Zo werkt het TNO Kennisinstituut mee aan een project van het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht, getiteld The 11. Die naam verwijst naar een trainingsprogramma bestaande uit tien oefeningen (plus de oproep tot fair play), bedoeld om de kernstabiliteit van het lichaam van de sporter te verbeteren. Het programma wordt dit najaar geïntegreerd in de warming-up bij wedstrijden en trainingen van 155 voetballers van twaalf verschillende teams uit de hoogste twee klassen van het amateurvoetbal. Janine Stubbe: “Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de zogenaamde core stability bij veel voetballers onderontwikkeld is. In samenwerking met het UMC willen we onderzoeken of het doelgericht trainen van die kernstabiliteit het aantal blessures vermindert.” The 11 bestaat uit oefeningen die zich richten op het verbeteren van de neuromusculaire controle, behendigheid en de spierkracht van de hamstrings.

Continu proces

Bij TNO zijn ze ervan overtuigd dat bovengenoemde en andere BIS-projecten helpen om het door VWS beoogde doel, een afname van het aantal blessures, te realiseren. Stubbe: “We werken met een vierstappenmodel. De eerste stap is inzicht te krijgen in de omvang, de ernst en de incidentie van de blessures. In stap 2 brengen we de risicofactoren en het ontstaansmechanisme in beeld, zoals we dat nu hebben gedaan in het voetbal, het hockey en het korfbal.”

“Het is nu zaak om in zoveel mogelijk sporten een derde stap te nemen, waarbij bonden en clubs op grond van het onderzoek kiezen voor doelgerichte interventies. Het project The 11 is daar een voorbeeld van. Vervolgens (stap 4) willen we de effectiviteit van die interventies meten. En daarna beginnen we weer van voor af aan. Het is een continu proces. Wil je het aantal blessures echt verminderen, dan moet je blijven meten en de opgedane kennis steeds weer verwerken in nieuwe trainingsprogramma’s en andere blessurepreventieve maatregelen.”

Blessures kosten het betaald voetbal jaarlijks 21 miljoen euro

In 2002 deed TNO in opdracht van de KNVB voor het eerst onderzoek naar blessures in het betaald voetbal. Toen werkten slechts dertien bvo’s mee. In 2007 waren dat er 28 van de in totaal 38. TNO volgde vorig jaar 1.039 spelers aan de hand van gegevens die de clubs over hen verstrekten. Een blessure telde wanneer deze was opgelopen tijdens het voetbal en als gevolg had dat de gekwetste speler ten minste een dag niet kon trainen of spelen. Zo werden het afgelopen jaar 965 blessures genoteerd, verdeeld over 537 spelers. Het meest gekwetste lichaamsdeel was de knie (20%). Ook enkel- (17%) en hamstringblessures (12%) scoorden hoog. Bijna veertig procent van de blessures was het gevolg van direct contact met een tegenstander. Verdedigers hebben het meest te maken met blessures: 27,5 procent. Keepers het minst (6,1%). Middenvelders en aanvallers bleken elkaar nauwelijks te ontlopen. Gemiddeld duurt het 34 dagen voordat een geblesseerde voetballer weer fit genoeg is om te kunnen trainen of spelen.

Uit de cijfers valt niet af te lezen dat de verkorte winterstop en de play-offs aan het eind van de competitie tot meer blessures leiden, zoals vaak door de trainers in het betaald voetbal wordt gesuggereerd. Maar de uitspraak van Henk Kesler, directeur betaald voetbal, dat de play-offs dus níet tot meer blessures leiden, is evenmin correct. ‘Een deel van de clubs die in de play-offs speelden, deed niet mee aan het onderzoek. We hebben dus te weinig geregistreerde data om een absolute uitspraak te doen over de invloed van de play-offs op blessures’, zegt Jasper Stege, namens TNO nauw betrokken bij het voetbal blessureonderzoek.

Dit artikel werd in september 2008 gepubliceerd in ‘Coachen’.

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen