De taak van de coach in het dopingvraagstuk

Alle sporters en hun begeleiders hebben met het onderwerp doping te maken. Zo dienen topsporters zich bij ieder geneesmiddel of supplement af te vragen of er wellicht dopinggeduide stoffen in zijn verwerkt. Maar ook de sporters die (nog) niet tot de top behoren, moeten voldoen aan de bestaande dopingreglementen (.doc). Als gevolg daarvan ontstaan er vaak veel vragen over het onderwerp doping.

Volgens de dopingreglementen zijn alle begeleiders verplicht om sporters op de hoogte te brengen van de dopinglijst. Daarnaast dienen zij de houding van sporters ten aanzien van doping gunstig te beïnvloeden. Dit geldt niet alleen voor coaches, maar bijvoorbeeld ook voor fysiotherapeuten en artsen. Zij moeten op de hoogte zijn van de regels, zijn verplicht medewerking te verlenen aan dopingcontroles en mogen niet frauderen of zonder geldige reden doping in bezit hebben, toedienen of verhandelen. Als zij zich hier niet aan houden, kunnen zware sancties volgen, die kunnen variëren van twee jaar schorsing tot een levenslang verbod op het uitoefenen van functies binnen een bond. Het verbod wordt door alle overige sportbonden overgenomen.

Dopinglijst

Het meest aansprekende deel van deze reglementen is de dopinglijst met daarop een overzicht van de stoffen en methoden die voor sporters verboden zijn. Deze lijst wordt jaarlijks vastgesteld door het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) en geldt voor alle sporten. Achter de schermen vindt hierover vrijwel het gehele jaar door overleg plaats tussen internationale partners – de sportbonden, overheden en dopingorganisaties. Het gaat hierbij over vragen die sporters direct raken, zoals: ‘Blijft cafeïne toegestaan?’ ‘Worden corticosteroïden (veelgebruikte ontstekingsremmers) van de dopinglijst afgehaald?’ en ‘Moet cannabis gehandhaafd blijven op de dopinglijst?’. De Nederlandse organisaties zijn het erover eens dat deze stoffen niet thuishoren op de dopinglijst, andere landen zijn het daar soms niet mee eens. En andersom, natuurlijk. Voor de editie van 2011 heeft de Nederlandse Dopingautoriteit bijvoorbeeld commentaar geleverd op methylexanamine, een in sommige (onschuldig bedoelde) voedingssupplementen voorkomende stof.

Designer drugs

De dopingwereld kent inmiddels al enige jaren het begrip designer drugs. Dit zijn specifiek geproduceerde dopingmiddelen die de prestatie moeten verbeteren, maar niet te detecteren zijn bij een gewone controle. In de strijd tegen doping gaat het er om wie de andere partij het snelste af is. Vaak lopen de dopingcontroles achter de feiten aan, en moet met terugwerkende kracht worden gekeken of atleten zich schuldig hebben gemaakt aan overtredingen of niet. In 2003 speelde bijvoorbeeld de BALCO-affaire, waarbij bleek dat een Amerikaans sportadviesbureau verschillende atleten van de op dat moment nog onbekende stof tetrahydrogestrinon had voorzien. Topsporters als sprintster Marion Jones en haar toenmalige partner en eveneens sprinter Tim Montgomery bleken zich na onderzoek van de Amerikaanse justitie te hebben vergrepen aan dit middel. Ook de escapades van vele wielrenners, die zich eind jaren negentig op erytropoëtine (EPO) stortten en vervolgens op ‘derde generatie epo’ CERA, zijn bekend.

Een wereld in ontwikkeling

Het is de vraag in welke mate er binnen de topsport gebruik wordt gemaakt van dit soort designer drugs. Voor wat betreft het THG-schandaal van de eeuwwisseling zijn er 27 verschillende sporters genoemd, afkomstig uit honkbal, American football en atletiek. Het aantal gebruikers van CERA was over minder sporters uitgewaaierd omdat het nog niet op de markt verkrijgbaar was; los van hardloper Rashid Ramzi zijn alleen wielrenners op het gebruik hiervan betrapt. En hoe gaat het verder? Voortgang in medisch onderzoek betekent automatisch ook voortgang voor de dopinggebruikers. De term ‘gendoping’ valt de laatste jaren steeds meer. Hierbij neemt de sporter niet direct prestatiebevorderende middelen tot zich, maar wordt door een aanpassing in de genen het lichaam er toe gezet om deze middelen zelf aan te maken.

Risico’s

Alles wijst erop dat aan de ontwikkeling van dopingvarianten jarenlang scheikundig sleutelen voorafgaat, waarbij zeker ook missers worden begaan. Een nieuwe stof heeft immers ook altijd nieuwe bijwerkingen, die niet te voorspellen zijn en prestatiebelemmerend kunnen werken – of erger. Het verklaart (verdachte) schommelingen in de prestaties van topsporters, en in het geval van gendoping zijn de risico’s zelfs groter. Auto-immuunreacties, virusinfecties of tumoren zijn slechts enkele voorbeelden. Omdat genetische manipulatie bij mensen nog in de kinderschoenen staat zijn er in de geneeskunde strenge regels voor. Toch waarschuwt de Dopingautoriteit ervoor dat genetische doping ongetwijfeld al wordt toegepast, ondanks deze risico’s.

Aanpak

De aanpak van doping is altijd een kat en muis-spel, zo vertelt wetenschappelijk beleidsmedewerker van de Dopingautoriteit Olivier de Hon. “WADA heeft steeds meer contact met de farmaceutische industrie om dopinggerelateerde medicijnen al te kunnen detecteren voordat ze op de markt komen. Dat is bijvoorbeeld met CERA gebeurd.” Met gendoping is het opsporen wat moeilijker, omdat er nog zo veel vraagtekens bij zijn en er niet direct sprake is van synthetische stoffen. Toch is er een door WADA gefinancierd Duits onderzoek dat heeft achterhaald dat er via simpele bloedtests gendoping geconstateerd kan worden. De Hon is daar hoopvol over. “Sinds de BALCO-affaire is er sowieso een omslag geweest. Sindsdien controleren we niet langer alleen op stoffen die op de dopinglijst staan, maar zijn we ook waakzaam op andere zaken. Als er een verdachte molecuul wordt aangetroffen, trekken we aan de bel.”

Medeverantwoordelijkheid

De dopingregelgeving is dus constant in beweging. Als coach ben je verplicht om op de hoogte te zijn van de meest recente ontwikkelingen, ook op dit gebied, of dien je op zijn minst de sporters die je begeleidt door te kunnen verwijzen naar instanties die voldoende kennis van zaken hebben. Uiteindelijk zullen er altijd sporters zijn die de kortste weg naar de top overwegen en het daarbij niet kunnen nalaten om vals te spelen. Gelukkig vinden de meeste betrokkenen nog steeds dat de mooiste sport dopingvrij is. Coaches hebben hierbij de (mede-)verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat sporters niet bewust of onbewust de dopingregels overtreden.

Dit is een bewerkte versie van een artikel dat in augustus 2004 gepubliceerd werd in het blad ‘Coachen’.

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen