Als Goochelen Toveren wordt

De kampioenen die uit ervaring kunnen spreken, weten precies hoe het is: je onverslaanbaar voelen. Je bent in euforische staat, zeldzaam momentum, ook wel de flow genoemd. Je kunt de wereld aan. Peter Murphy legt uit hoe je in deze zevende hemel kunt belanden.

 

Peter Murphy hoeft niet eens na te denken over de vraag hoe je het moment waarop de allermoeilijkste topsport lijkt op een fluitje van een cent, kunt typeren. “Als toppers goed in vorm zijn, zijn ze aan het goochelen. Maar op heel bijzondere momenten in hun leven komen ze nog een stap verder en mag je spreken van toveren.” Zo simpel als het klinkt, zo zeldzaam zijn die dagen in het leven van een topsporter of begeleider, verantwoordelijk voor succes. Meestal te tellen op de vingers van één hand. “Ik heb het de afgelopen dertig jaar vaak gevraagd bij workshops of presentaties voor coaches en sporters. Noem eens de keren waarvan je zegt: dit was nu een moment waarop je in je leven uitstijgt boven jezelf. Het gaat vaak om het wegwerken van ongelooflijke achterstanden. Een objectieve toeschouwer zit ernaar te kijken en denkt: dat kan helemaal niet. Maar voor de betreffende hoofdrolspeler lijkt het inderdaad een fluitje van een cent. Wat je doet, doe je goed. Ik noem het ‘de virtuele route naar het onmogelijke’. Hoe zet je die in gang?”

 

Ontspanningsoefeningen

Als volleyballer heeft Murphy, onder meer praktijkopleider/docent MasterCoach in Sports bij NOC*NSF en met Jan Huijbers schrijver van boeken als Totaalcoachen, het gevoel van almacht een drietal keren mogen beleven. “Je raakt in een soort trance.” Bij de Europese kampioenschappen van 1991 werd hij min of meer verrast door een dergelijke ervaring, maar nu in de rol van bondscoach van het Nederlandse vrouwenteam. Er moest in de halve finales gewonnen worden van gastland Italië om uitzicht te houden op die ene nog beschikbare plaats voor de Olympische Spelen van Barcelona. “Voor de wedstrijd liep ik nog even naar het toilet. Ik kom terug uit de catacomben, schuif het gordijn naar de zaal opzij en opeens zweef ik boven alles uit. Er was sprake van een soort helikopterview.” De trainer verbaasde zichzelf, achteraf beschouwd, door in de meest spannende situaties koel te blijven als een ijsblok, terwijl bij de meeste aanwezigen in de Romeinse sporthal bijna letterlijk de rillingen over de rug liepen. Schijnbaar volkomen onaangedaan ‘zat’ hij in de wedstrijd waarvan zoveel afhing. “Hoe het kwam? In de voorbereiding op het duel denk je vanzelfsprekend resultaatgericht. Maar op weg naar de halve finale had ik er goed voor gezorgd rust te nemen op mijn kamer en door onder meer goed te letten op mijn ademhaling en aandacht kwam ik in de perfecte stemming om te coachen. Het is heel denkbaar om in een dergelijke situatie te worden ‘gezogen’ naar de uitkomst. Maar ik kon mede dankzij ontspanningsoefeningen die uitkomst vergeten door mijn aandacht op het juiste doel te richten. Daardoor bleef ik in ‘het’ moment.” Oranje won met 3-1.

 

Wilde gebaren 

Voor een recreatiesporter, niet gewend aan krachttoeren op olympisch niveau, klinkt het mogelijk als abracadabra: uitstijgen boven jezelf, grenzen passeren die je nog nooit eerder hebt bereikt, het is vooral een kwestie van horen, zien en voelen. Zonder te denken. Dat moet vanzelf gaan. Technische aanwijzingen zijn volgens Peter Murphy op de momenten van hoogspanning vaak de verkeerde aanwijzingen. Onlangs bij de wereldkampioenschappen voor mannen in dezelfde sporthal van 1991 zag hij weer al die wildgebarende trainers tijdens time-outs en dacht er het zijne van. “De techniek moet je dan als speler in je kontzak meedragen als iets vanzelfsprekends. De flow dwing je niet af door te coachen op techniek. Wel op concentratie.” Hoewel er nog toptrainers zijn die zijn theorie weghonen, wordt deze ‘wet van Murphy’ inmiddels wel door de meeste collega’s herkend en erkend. Zelf maakt hij hierbij graag gebruik van ervaringen, beschreven in Totaalcoachen waarin profielen van sporters worden ontleed. Introversie en extraversie zijn samen met de speelstijl de twee belangrijke graadmeters. “Hierdoor kun je heel snel iemands favoriete aandachtsstijl vinden. Het gaat op de belangrijke momenten vooral om concentratie. Dan maak je de grootste kans om in de flow te komen. Niet denken maar zijn.”

 

Hakblok

Op de Olympische Spelen van 1992 maakte Peter Murphy bijna een kostbare fout door in een gelijksoortige situatie van onwaarschijnlijke almacht als die van het jaar ervoor ‘op de automatische piloot’ te wisselen. Oranje speelde tegen wereldkampioen China, speelde goed maar had toch de eerste twee sets verloren. En in het derde deel stond het 4-11. “Eigenlijk lag ons hoofd op het hakblok van de onvermijdelijke nederlaag. Maar we speelden goed, en we bleven goed spelen.” Plotseling haperde de Chinese machine. “We wonnen die set met 15-13, de vierde met 16-14 en in de vijfde stonden we met 6-1 voor, toen ik bijna een kapitale blunder beging. Ten gunste van een extra aanvalster aan het net wilde ik een dubbele wissel toepassen, terwijl we volledig in de flow verkeerden. De wisselspeelsters en ik keken elkaar aan en ik zag de blik: Wat ga je nu in godsnaam doen? Ik stuur ze terug en we winnen met 15-6.” Het superieure gevoel van kunnen toveren mag je NOOIT, en de voormalige prestatiemanager van NOC*NSF spreekt de letters in kapitale toestand uit, verstoren door een technische ingreep of aanwijzing. Heel theoretisch gezegd, kun je dan als coach de linkerhersenhelft aan het werk zetten, het gedeelte dat denkt, oordeelt, evalueert en ieder mens geregeld slapeloze nachten bezorgt. “De kans om te kunnen toveren op Olympisch niveau wordt enorm vergroot door jouw aandacht op de juiste plek te leggen. Het gaat helemaal niet meer om aanwijzingen op het laatste moment. Zorg ervoor dat de rechterhersenhelft geactiveerd is en blijf in het hier en nu. Kwalitatieve waarneming zorgt bijna automatisch voor kwalitatieve handeling.”

Negatieve gedachten

Wie al op het allerhoogste niveau heeft kennisgemaakt met succes zal waarschijnlijk beter om kunnen gaan met hoogspanning en ook eerder kunnen toveren. Murphy: “Het gaat niet om het evenement zelf, Olympische Spelen of Nederlandse kampioenschappen, maar het is de perceptie van de werkelijkheid die jijzelf creëert door gebeurtenis, gedachten, gevoel en gedrag aan elkaar te koppelen. Negatief of positief. Iemand die slechte ervaring heeft met spanning zal sneller naar bijbehorende negatieve gedachten worden gezogen. Het is eigenlijk heel simpel: of je nu Brazilië bent of Nederland, de gebeurtenis, bijvoorbeeld een Olympische finale, is er nu eenmaal. Bij de gedachte aan wat er op het spel staat, kan het soms fout gaan. Als je die niet kunt sturen door aandacht, waarneming en handeling, kom je nooit in de flow. Let wel: die passende concentratie is heel goed en relatief gemakkelijk te leren.”

 

Dit artikel werd gepubliceerd in ‘NLCOACH’, nummer 5-2010

In
Vond je het interessant? Tweet dit artikel of laat een bericht achter
Geef je reactie

Je emailadres. Velden met een * zijn verplicht

NLcoach CONGRESSEN

  • okt
    25
    Congres Kennis in Beweging (i.s.m. KVLO en Fontys Hogeschool)
  • nov
    2
    Trainercongres Wielrennen
  • nov
    9
    Congres i.s.m. Topsport Limburg in Sittard
alle congressen